Vuurtoren Roter Sand | 1 november 1885 * 12 november 1986

rotersand-01

De Roter Sand is een vuurtoren die in Duitse Bocht – onderdeel van de Noordzee – staat, in de monding van de rivier de Weser. Met de bouw is begonnen in 1880  en de vuurtoren is voltooid in 1885 in gebruik genomen en in 1986 is als lichtbaken buiten gebruik gesteld. De toren wordt nog steeds als markeringspunt gebruikt voor de ondiepte gebied ‘Roter Sand’. Door deze ondiepte mogen zware schepen met een grote diepgang slechts op 1,5 zeemijl de toren passeren. De vuurtoren Roter Sand heeft een totale hoogte van 52,5 meter, waarbij ook het fundament onder water wordt meegerekend. Bij laag tij bedraagt de hoogte boven de zeespiegel 30,7 meter. De lichthoogte ligt op 24 meter boven gemiddeld hoogwater. Het fundament is rond van vorm en staat bij eb ongeveer 1,5 meter boven de waterspiegel uit. Daarboven rotersand-02versmalt de toren zich. Hij heeft een rood-witte kleur en de ongeveer acht meter hoge voet is zwart. De kleurvolgorde is wit-rood-wit-rood-wit, waarbij de vijf kleuren tegelijkertijd de vijf verdiepingen markeren.

In 1875 bevonden zich twee lichtschepen in de Außenweser met als opgave de vaarweg te markeren en te beveiligen. In 1878 kwamen de Weser-bewoners van Bremen, Oldenburg en Pruisen overeen om samen de zeebebakening te regelen. De Pruisische minister van Handel kwam met het voorstel om een ander lichtschip in de Außenweser af te meren. Dit werd echter afgewezen omdat onderzoek heeft aange- toond dat het uitzetten van een lichtschip op de mosselbank Roter Sand onmogelijk was.

rotersand-03In plaats daarvan kwam het Tonnen- und Bakenamt Bremerhaven nog in hetzelfde jaar met een tegenvoorstel om een vaste toren op te richten op de rand van de zandbank, hetgeen snel werd aangenomen omdat de kosten voor een vuurtoren lager ingeschat werden dan die voor een lichtschip.

Op 23 augustus 1878 voeg men inspecteur Hanckes, de toenmalige havendirecteur, een ontwerp voor de geplande toren voor te bereiden. Het voorgestelde plan van Hanckes voorzag een bouwwerk met een basis rustende op een caisson. Bijna twee jaar later, op 2 oktober 1880  mocht de firma Bavier, Kunz & Weiß uit Bremen Roter Sand gaan bouwen voor aangenomen bedrag van 445.000 Goldmark; omgerekend rotersand-07naar de huidige tijd is dat € 7.929.900,00.

In de wintermaanden van 1880/1881 werd in de Kaiserhafen in Bremerhaven het fundament gelegd met de bouw van het caisson. De levering vond plaats met goed weer op 22 mei 1881. Twee stoomsleepboten sleepten het bouwwerk naar de bouwplaats op zee en kwamen op 26 mei aan. Op het Roten Sand werd het caisson ongeveer 22 meter onder het laagwaterniveau afgezonken. In de zeebodem werd het caisson gespoeld en met beton gevuld. Daartoe zette men de binnenzijde onder druk, zodat het kort als duikkamer fungeerde. Ze waren nog maar nauwelijks begonnen toen het caisson in problemen kwam. De werkzaamheden werden afgebroken tot na de Pinksterstorm die het caisson weer opgeheven had. Door deze vertraging was het niet mogelijk om het caisson met genoeg beton te vullen voor het aanbreken van zware herfststormen. Dat werd niet gehaald en op 13 oktober 1881 werd het caisson in een zware stormvloed vernietigd en zonk. Daarmee was de eerste poging mislukt. Het bouwbedrijf Bavier, Kunz & Weiß werd zo hard door deze tegenslag getroffen dat het faillissement moest aanvragen.

Daarna diende Hanckes op 7 maart 1882 een aanvraag in voor het ondernemen van een tweede poging. Harkort uit Duisburg  schreef voor de tweede keer in. De eerste keer was deze firma 35.000 Goldmark –  omgerekend naar de huidige tijd € 623.700,00 – te duur. Deze keer rekende Harkort een prijs van ongeveer 853.000 Goldmark – omgerekend naar de huidige tijd € 15.200.460,00; bijna een verdubbeling van de prijs. Het contract werd ondertekend op 31 augustus 1882.

De feitelijke tweede poging startte op 21 september. In de winter van 1882/1883 werd in de Kaiserhafen in Bremerhaven een nieuwe caisson gebouwd die stabieler was als de vorige. Deze had een hoogte van 18,5 meter, kwam gereed in het voorjaar van 1883 en werd op 26 mei versleept. Ongeveer 1100 meter ten noorden van de oude locatie, werd het caisson twee dagen later met succes afgezonken. Daarna werden de zijwanden verhoogd en het caisson door handwerk met 316 kubieke meter beton gevuld. Deze keer overleefde hij de herfststormen goed die slechts kleine schade veroorzaakten. Op 22 mei 1884 was het fundament van de vuurtoren voltooid. Op 10 juni van dat jaar begonnen ze aan de bouw en in juli met de werkzaamheden aan de torenschacht, zodat de toren begin november al opgetrokken was tot de derde verdieping. Het onderste niveau werd bekleed met metselwerk en voorzien van vuurvaste deken. Rond deze tijd werden op 3 november 12 werklui in de toren gestationeerd om het interieur af te maken, terwijl het verzorgingsschip de goederen leverde.

Vanaf begin december tot april 1885 kon er niet gewerkt worden aan de toren wegens ongunstige weersomstandigheden. In de zomer van 1885 werd de woonruimte, de erkers en het lichthuis voltooid, waarna men begon met de installatie van verlichting. Op 23 oktober volgde de inspectie door inspecteur Hanckes. Acht dagen later werd op 1 november 1885 om  00:00 het vuur ontstoken. Slechts zeven jaar na de eerste plannen was de vuurtoren Roter Sand voltooid. Hij was het eerste offshore-bouwwerk uit de geschiedenis en geldt als een bouwkundige en technische pioniersprestatie van zijn tijd.

Het hoofdlicht, een Fresnel-apparaat, had een diameter van 3,3 meter en bevond zich op 27 meter hoogte boven het water. Hij diende voor de opvaart van de Neue Weser en had een witte flits. Het kenmerk was: 1,25 seconde flits, 1,25 seconde pauze, 1,25 seconde flits, 4 seconden pauze. Het licht was in verschillende sectoren als witte lichtbundel te zien. Van N 68′ W via het zuiden tot S 46′ 0 had het een reikwijdte van tien zeemijlen. Eenzelfde reikwijdte had het licht tussen N 75′ W en N 82′ W en tussen 36′ 0 und S 40′ 0. Tussen N 82′ W via het zuiden tot S 36′ 0 was het te zien als een witte flits met gelijkmatig opeenvolgende flitsen. De duur van de flits en de verdonkering bedroeg elk ongeveer 1,25 seconden. Van N 68′ W tot N 75′ W en bovendien van S 40′ 0 tot S 46′ 0 was het hoofdlicht ook als wit flitslicht te zien, inderdaad met twee snelle opeenvolgende flitsen, waarna een verdonkering van ongeveer vier seconden volgde. Het hoofdlicht werd in 1964 gedoofd. Daarnaast bestond er ook een nevenlicht richting in de naar het noordoosten gerichte erker op 22,9 meter boven hoogwater. Dit licht, een Fresnel-apparaat V, diende voor de opvaart van de Alte Weser en was een stevig wit licht van N 25′ W via het noorden tot N 41′ 0 op ongeveer acht zeemijlen zichtbaar. De bijbehorende vaste sectorlichten waren wit met een reikwijdte van 10 zeemijlen, rood met een reikwijdte van zeven zeemijlen en groen met een reikwijdte van slechts zes zeemijlen. De nevenlichten werden in november 1986 gedoofd. Daarnaast waren er ook nog twee kleine Fresnel-apparaten – V – als oriëntatielicht in de noordwestelijke en zuidelijke erker. De eerstgenoemde gaf licht richting N 68′ W via het westen tot S 77′ W, de laatstgenoemde naar S 28′ 0 tot S 46′ 0. Beiden hadden een vast wit licht en een reikwijdte van twee tot twee en een halve mijl. De bemanning had twee reservoirs in de fundering van de vuurtoren, en hadden ook een zoetwater-conseerapparaat ter beschikking. Voor noodgevallen hing er aan een boom op het balkon een reddingsboot. Bij mist hadden de twee mannen de opgave om met een interval van 40 seconden de misthoorn drie maal te laten klinken. Later werden scheeps- bellen gebruikt.

Op 9 januari 1964 werd de bemanning van Roter Sand de gouden medaille voor verdienstelijke vuurtorenwachter – Goldmedaille für verdienstvolle Leuchtturmwärter – uitgereikt. Onderaan bij de onderste witte ring bevindt zich de toegangsdeur. De onderste ruimte dient als opslagruimte. Een trap leidt naar de slaapkamer erboven. Daarna volgen de verdiepingen met de keuken met kolenkachel, kastjes en een beklede zitbank en de dienstruimte met een grote tafel en stoelen. Vanuit deze verdieping springen drie erkers naar buiten. Twee van hen hebben dezelfde hoogte als de vloer, terwijl de derde erker nog hoger ligt. Die erkers herbergden vroeger de lichten en nevenlichten en wijzen naar het noordwesten, zuiden en noordoosten. Vanuit de dienstkamer is nog een trap die toegang geeft tot het balkon dat rond het lichthuis met koperen koepel ligt. Een volledige rondgang is niet mogelijk omdat een hoge erker het pad blokkeert.

rotersand-06Sinds 1990 is er de mogelijkheid om de vuurtoren te bezoeken. De reis vindt plaats vanaf de Seebäderkaje in Bremerhaven met het tot museum omgebouwde schip m/s ‘Goliath’ van de Scheepvaartscompagnie Bremerhaven eV, waarmee zes bemanningsleden en 42 passagiers mee kunnen varen. Tijdens de overtocht staan alle faciliteiten van het schip open voor de gasten. Om bij de toren te komen loopt men over een loopplank en een ladder. Het verblijf duurt ongeveer een uur. Bovendien is het sinds 2 juli 1999 in de zomermaanden mogelijk om op de vuurtoren Roter Sand een nacht te verblijven. Daarvoor zijn er slechts zes slaapplaatsen beschikbaar. Wanneer de toren voor een nacht een nieuwe ‘bemanning’ heeft, wordt er aan de vlaggenmast de Duitse vlag gehesen. Bij meer dan windkracht 4 is het aanleggen bij de toren niet mogelijk. In het geval dat de gasten langer op de toren moeten verblijven is er nood proviand aanwezig. De vuurtoren Roter Sand heeft met zijn rood-witte kleurstelling model gestaan voor het kleurenschema op latere vuurtorens. De toren is zeer populair en geldt voor een groot deel van de Duitse bevolking als een klassieke vuurtoren. Vanwege zijn roemheid werd hij opgenomen in de postzegelserie onder de titel van ‘Leuchttürme’ van de Deutsche Post. De postzegel van 55-cent werd in 2004 uitgegeven.

Welkom bij het Holland Magazine