Stad Sloten | Parel van de Friese Elfsteden

Sloten wordt ook wel de parel van de Friese Elfsteden. Die benaming dankt de stad | stadsrechten sinds 30 augustus 1426 | aan het feit dat het van de elf het best bewaard gebleven is. Sloten is daardoor het meest authentieke stad van van de provincie Friesland. Bezoekers wanen zich al lopend eeuwen terug in de tijd. Met slechts 700 inwoners is het de kleinste stad van Nederland en er wordt zelfs beweerd dat het het kleinste stad ter wereld is. Het genoemde aantal inwoners had de stad trouwens ook eeuwen geleden al; daarmee was Sloten in die tijd een belangrijke stad. Die status kreeg de stad dankzij de strategische ligging op een kruispunt van twee handelsroutes, één over land en één over water. Handel en het heffen van tol brachten Sloten grote rijkdom. Het voorname, rijke verleden is nog steeds voelbaar en zichtbaar. En de historische omgeving wordt nog eens versterkt doordat de stad autovrij is.

Voor de eigen inwoners zijn er parkeerplaatsen nabij de stad aangelegd. Het wandelen door de verstilde straatjes en bewonder de prachtige zeventiende-eeuwse koopmanshuizen. Daarna even uitrusten op een terrasje en geniet vanaf de bolwerken van het schitterende uitzicht over de omgeving. Misschien komt de stadsomroeper voorbij. Sloten lijkt een ideale renaissancestad: een kruis van water en weg met een regelmatige vesting er omheen en in het brandpunt de gebouwen van het wereldlijk en kerkelijk gezag. Maar het kleine Sloten is ouder dan de gestichte renaissancesteden en is tot een ideale vorm gegroeid. De stadsstructuur is bijna regelmatig. In de schaduw van de veevoederfabriek – in 1903 als zuivelfabriek begonnen – stond tot het midden van de 19-de eeuw de Koepoort die haar evenknie had met de Wyckelerpoort aan de andere zijde: de twee landpoorten in de vroeg-middeleeuwse handelsweg. De weg kruiste hier de Ee, een belangrijk water voor het doorgaande verkeer.

Toen de nederzetting zich in de volle Middeleeuwen tot stad ontwikkelde, was de betekenis van de oude landweg al afgenomen. De Koestraat is dan ook een smal straatje. Aan de andere kant van het Diep wordt die bijna even smal voortgezet met de Dubbelstraat, geflankeerd door keurige huizen. Langs het Diep staan de voorname huizen. De economische betekenis van het waterverkeer overtrof kennelijk die over land.

Op de Herenwal staat het voormalige stadhuis uit 1759. De middenpartij heeft barokke versieringen en de raadzaal bezit Lodewijk XVI-decoraties. Sloten is tot 1984 een zelfstandige stadsgemeente gebleven, een van de kleinste van het land. Toen zijn Sloten en Gaasterland samengevoegd en verloor het stadhuis zijn functie. Het museum ‘Stedhûs Sleat’ kwam erin met onder meer een fascinerende presentatie van ‘Sloten, de ideale stad’. De oorspronkelijke kapel is in 1647 tot kerk vergroot in laat-gotische stijl. Achter de eenvoudige gele tuitgevel staat een dakruiter op het dak. Achter het nogal gesloten front staat een door grote vensters overvloedig verlichte kerk. Het meubilair dateert goeddeels uit de bouwtijd. Op Heerenwal 53 staat het dubbele, van trapgevels voorziene pand dat als burgemeesterswoning | later als pastorie gebruikt werd | en nu particulier wordt bewoond. Het rechter gedeelte is blijkens de ankers van 1610 en het linker is een uitbreiding van 1671. In de zaal van dit pand vergaderde de raad en werd recht gesproken. Op de Heerenwal staat verder een keur aan aardige woningen en pakhuizen met voorgevels in allerlei vormen en stijlen. Aan het einde van de Heerenwal ligt de Lemsterwaterpoort over het Diep, een hoge, van gele baksteen gemetselde waterpijp. De korfbogige doorgang is afgezet met bewerkte zandsteenblokken en we zien de wapenschilden van Sloten en Friesland.

Naast de waterdoorgang zit een ruime doorgang voor voetgangers en daartussen aan de binnenkant de ruimte van het cachot. Op het bastion bij de poort staat de korenmolen: een 18de-eeuwse bovenkruier met stelling. Hier stond al sinds de late Middeleeuwen een standaardmolen. Het zuidwestelijke kwartier van Sloten, het grootste, is het gebied waar boerderijen stonden. Achter het zuidwestelijke bolwerk staat een flinke kop-hals-romp en er zijn nog meer sporen van agrarische activiteiten in deze hoek. Aan de westzijde van het Diep ligt de Voorstreek met een groot aantal woningen in allerlei stijlen. Onder meer een ingetogen pandje met een uitbouw boven de stoep en een luifel met een charmante bebording. Verder een klokgevelpaar uit het midden van de 18-de eeuw en een pronkje met een trapgevel uit 1655 die in renaissancestijl is versierd met veel onderdelen in zandsteen. Op de hoek van de Dubbelstraat staat Herberg De Zeven Wouden. Aan het begin van de Kapelstreek was de waag in een uiterst eenvoudig gebouwtje gevestigd.

Aan het einde van deze kade staat de in 1933 gebouwde rooms-katholieke kerk met een forse zadeldaktoren. De Lindengracht aan de overzijde heeft eveneens een gevarieerde bebouwing met fraaie lijst- en klokgevels. Niet alleen hier, maar overal langs het Diep staan gesnoeide linden. De Sneker- of Woudsender waterpoort heeft eenzelfde vorm als die aan de andere kant. Aan de veldzijde zitten fraai gehouwen platen met het stadswapen van 1768. Aan de oostzijde ligt het vroeger zompige Buitenland dat thans onregelmatig bebouwd is. De deels afgegraven bolwerken met soms flink geboomte vormen het decor voor een fraaie wandeling. Een meer-daags-verblijf in de stad Sloten is dan ook zeker aan te bevelen.


Welkom bij het Holland Magazine