Slag in de Javazee | 27 februari 1942

slag - 01

De Slag in de Javazee op 27 februari 1942 was een mislukte poging van een geallieerd eskader onder commando van de Nederlandse schout-bij-nacht Karel Doorman om in de Javazee een Japanse invasievloot met troepen voor de aanval op Java tegen te houden. De Combined Striking Force, bestond uit 14 Nederlandse, Amerikaanse, Britse en Australische marineschepen die in de wateren van Nederlands-Indië opereerden, vooral kruisers en torpedobootjagers.

Het was de laatste grote slag die de Japanners in de wateren rond Nederlands-Oost-Indië voerden met de geallieerden bij hun aanval op de slag - 02Europese koloniën en waarmee zij hun heerschappij over geheel Oost-Azië bezegelden. De slag maakte bovendien een daadwerkelijk einde aan de zelfstandig opererende oppervlaktevloot van de Koninklijke Marine voor de duur van de oorlog. Nederland verloor bij deze slag de kruisers H. M. De Ruyter en H. M. Java en de torpedobootjager H. M. Kortenaer en ruim 900 opvarenden, onder wie Schout bij Nacht Karel Doorman. De totale slag kostte 2300 marinemannen het leven.

Het Japanse konvooi werd onder andere geëscorteerd door torpedobootjagers onder bevel van Schout bij Nacht Shoji Nishimura. De Japanse zware kruisers waren veel sterker dan de geallieerde, en voorzien van superieure bewapening. Tot aan het einde van de oorlog werd niet alleen gedacht maar was men ervan overtuigd dat de Japanners veel sterker waren.  Later is gebleken dat beide partijen elkaar niet veel ontliepen in numerieke sterkte. Wel hadden de Japanners een aantal belangrijke voordelen.

Allereerst waren hun bemanningen redelijk uitgerust, waar de geallieerden leden onder slaapgebrek door de vele patrouilles in de voorgaande dagen. Tevens hadden zij de gehele slag de beschikking over luchtverkenning en waren doorgaans vrij goed op de hoogte van de bewegingen van het geallieerd eskader. Door de gebrekkige communicatie tussen lucht- en zeestrijdkrachten moest Schout bij Nacht Karel H.M. De Ruijter - Kruis Koninklijke MarineDoorman echter voortdurend raden naar de posities van de Japanners. Een onmiskenbaar voordeel hadden de Japanners aan hun lange afstand torpedo’s, waarvan de geallieerden geen weet hadden. Het waren dergelijke torpedo’s die de Nederlandse kruisers tot zinken brachten. De Japanners beschikten over een veel grotere vuurkracht dan de geallieerden. Niet alleen konden zij grotere en zwaardere granaten op hun vijand afvuren, deze droegen ook verder, zodat de Japanse schepen aanzienlijk minder kwetsbaar waren dan de geallieerde.  H. M. De Ruyter, bijvoorbeeld, beschikte als grootste wapens over 7 kanonnen van 150 mm; de kruiser die hem vernietigde – de Haguro – bezat 10 kanonnen van 200 mm, evenals de andere deelnemende Japanse kruiser, zijn zusterschip de Nachi. De H. M. Java had Japans oologsschip Haguroeveneens 10 kanonnen van 150 mm en werd ook vernietigd. De Amerikaanse kruiser USS Houston was het zwaarst bewapend van het eskader en beschikte over 9 kanonnen van 200 mm. De zwaarste Australische kruiser bij deze slag, de HMAS Perth, beschikte over 8 kanonnen van 150 mm. De Britse HMS Exeter kon slechts kanonnen van 150 mm inzetten.

Alle geallieerden schepen hadden bovendien een maximale bepantsering van 75 mm, tegen de Haguro en de Nachi 100 mm. De Japanners brachten bovendien 19 aanvalsschepen, waaronder twee zware kruisers met superieure vuurkracht en een vliegdekschip in de strijd, tegen een verdedigend eskader van 14 schepen, waaronder geen enkel schip met vergelijkbare vuurkracht of verdediging.

H.M. Kortenaer - Koninklijke Marine TorpedojagerDe slag op zee

Tijdens de eerste ontmoeting met de Japanners werden de Nederlandse torpedobootjager Kortenaer en de Britse torpedobootjager Electra tot zinken gebracht. De Britse kruiser Exeter raakte zwaar beschadigd en moest onder escorte van de Nederlandse torpedobootjager Witte de With naar Soerabaja terugkeren. In de avonduren werden de geallieerde zeestrijdkrachten verder verzwakt toen Amerikaanse torpedobootjagers terugkeerden naar de marinebasis om brandstof en munitie te laden. Een Britse torpedobootjager – HMS Jupiter – ging ten onder toen zij op een eigen zeemijn liep, terwijl de overgebleven jager – HMS Encounter – bevolen werd om terug te keren naar Soerabaja na de overlevenden van de tot zinken gebrachte Kortenaer te hebben opgepikt. Nadat Schout bij Nacht Karel Doorman de vier H.M. Java - Kruiser Nederlandse Marine 1942overgebleven kruisers weer op linie had gebracht met zijn bericht All ships – follow me – Ik val aan, volgt mij! – werd de zoektocht naar de Japanse invasievloot voortgezet.

Even voor middernacht ontmoette de vloot twee Japanse kruisers, die de kruiser De Ruyter en de kruiser Java tot zinken brachten. De bevelhebber van de Combined Striking Force – Schout bij Nacht Karel Doorman – die zijn commando voerde vanaf H. M. De Ruyter, ging ten onder met zijn vlaggenschip. HMAS Perth en de Amerikaanse kruiser Houston konden ontsnappen,en zetten koers naar Tandjong Priok.  Bij een poging om in de nacht van 28 februari op 1 maart 1942 uit de Javazee te ontsnappen stuitten HMAS Perth en de USS Houston in de Baai van Bantam op de invasievloot. De vloot lag daar voor anker om troepen aan wal te zetten. In de Slag in de Straat van Soenda die volgde, werden de geallieerden na ruim een uur door torpedo’s tot zinken gebracht. Op 1 maart 1942 werden ook HMS Exeter en de twee geallieerde torpedojagers in de Javazee onderschept, bij een poging om naar Colombo uit te wijken. Japanse vliegtuigen, zware kruisers en torpedojagers brachten de drie schepen met artillerievuur, torpedo’s en bommen tot zinken.

De gevolgen van de verloren slag op zee

Floris Bernardus Sloof was Korporaal Machinist op de kruiser "Java" die op 27 februari door een torpedo tot zinken is gebracht.| Foto: Floris Bernardus Sloof was Korporaal Machinist op de kruiser H.M.  ‘Java’ die op 27 februari 1942 door een Japanse torpedo tot zinken is gebracht. Hij heeft een zeemansgraf | De pogingen om de landing van Japanse troepen op Java te verhinderen waren mislukt. De geallieerden hadden met hun ter beschikking staande zeestrijdkrachten geen kans gekregen om de Japanners te onderscheppen. Voor een groot deel was dit het gevolg van onvoldoende luchtsteun. De geallieerden waren evenmin in staat geweest om samen te oefenen en gezamenlijk tactische en verbindingsvoorschriften op te stellen, waardoor het collectief optreden zeer moeilijk verliep. In de zeeslag in de Javazee sneuvelden ruim 1000 man aan geallieerde zijde, waaronder ongeveer 900 Nederlanders, terwijl de Japanners ongeveer tien man verloren. De hoge verliezen aan Nederlandse zijde waren vooral te wijten aan de ontploffing van de munitie wanneer hun schepen vergingen. Bovendien waren de bemanningen doodop door de voortdurende wekenlange strijd op zee.

De slag vond op 27 februari 1941 plaats. Rekent men de verliezen op 1 maart 1942 ook bij deze slag, dan bedraagt het aantal gesneuvelden ruim 2000.

De gesneuvelde leden van de Koninklijke Marine die zijn geborgen uit de Javazee zijn begraven op het Nederlands Ereveld Kembang Kuning in Surabaya. De niet geborgen leden hebben een zeemansgraf, waaronder Schout bij Nacht Karel Doorman. Op 27 februari 2017 – precies 75 jaar geleden – wonen tientallen nabestaanden op het Nederlands Ereveld Kembang Kuning in Surabaya een herdenkingsceremonie bij ter nagedachtenis aan de slachtoffers die vielen bij Slag in de Javazee. Onder hen de bemanning van de H.M. Java, H.M. de Ruyter en H.M. Kortenaer. De nabestaanden wonen de herdenking bij en leggen een krans bij het Karel Doormanmonument op het ereveld. Onder de nabestaanden zijn familieleden van de slachtoffers van de slag in de Javazee en overige oorlogsslachtoffers die begraven liggen op Kembang Kuning.

slag - 09Opname Militaire Willems Orde

De omgekomen commandant van de USS Houston, Albert Harold Rooks en Edward Parker, commandant van de 59-ste Divisie torpedobootjagers van de Amerikaanse marine, werden voor hun moed, beleid en trouw benoemd tot Ridder in de vierde klasse van de Militaire Willems Orde. Schout bij Nacht Karel Doorman is voor zijn moed, beleid en trouw postuum benoemd tot Ridder der derde klasse van de Militaire Willems Orde; ingeschreven in het register op 5 juni 1942 bij Koninklijk Besluit Nummer 9 van 5 juni 1942. Deze onderscheiding werd op 23 mei 1947 door luitenant-admiraal C.E.L Helfrich – aan boord van H.M. Karel Doorman in het bijzijn van Z.K.H. prins Bernhard – uitgereikt aan de oudste zoon van de Schout bij Nacht Karel Doorman. Als motivering van de toekenning staat genoteerd:  1-ste: Het onder zijne bevelen staande geallieerd Eskader op 27 februari 1942 in de Java Zee op bekwame en stoutmoedige wijze inzetten tegen een vijandelijke overmacht, welke tenslotte tot wijken werd gebracht daarbij met zijn vlaggenschip, Onzen kruiser ‘de Ruyter’, een uitstekend voorbeeld gevende. 2-de. Het gedurende de hierop volgende nachtactie van 27 op 28 februari 1942 herhaaldelijk trachten door de sterke vijandelijke opstelling heen te breken, teneinde de transportvloot, welke Java bedreigde, aan te vallen, in welken strijdde beide Nederlandsche kruisers op eervolle wijze zijn ondergegaan.

Welkom bij het Holland Magazine