Schagen | Historische stad in West-Friesland

Schagen ligt in het noordwesten van het Noordhollandse West-Friesland, het grootste deel ligt nog net binnen de Westfriese Omringdijk. Sinds 1 januari 2013 is de gemeente Schagen gefuseerd met de gemeenten Harenkarspel en Zijpe tot de nieuwe gemeente Schagen met 46.563 inwoners. De geschiedenis van Schagen gaat terug rond het jaar 989. In documenten werd opgetekend dat graaf Dirk II en zijn vrouw zes in Schagen gelegen hoeven overdroegen aan de Abdij van Egmond. Met een onderbreking na de reformatie is in de Abdij van Egmond al meer dan duizend jaar een gemeenschap van Benedictijnse monniken te vinden die dagelijks bidt en werkt en in leven en werken ervan getuigt hoe goed een leven met God is. Benedictijnse monniken vormen een contemplatieve gemeenschap. Toch is de missie van de gemeenschap niet alleen God en elkaar te dienen maar ook daarvanuit naar buiten te getuigen van de ruimte die deze manier van leven geeft.

Het is niet duidelijk of er toen al sprake was van een dorp. Wel zijn er aanwijzingen gevonden voor bewoning op de terpen in en rond Schagen in de 10-de en 11-de eeuw, maar die terpen waren te klein om meer dan één gezin te herbergen. In 1415 verleende Willem VI een stadsrecht aan Schagen. Dit was onderdeel van een grote bestuurlijke hervorming in West-Friesland, waarbij vrijwel het gehele West-Friese platteland in de een of andere vorm stadsrechten kreeg, naar model van het handvest dat Schellinkhout in 1402 had gekregen. De rechten werden in 1426 alweer afgenomen door Filips van Bourgondië, naar aanleiding van de opstelling van Schagen in de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Veel van de andere West-Friese ‘plattelandssteden’ ondergingen hetzelfde lot. In 1427 gaf Filips de Goede van Bourgondië Schagen in leen zijn opperkameling Willem ‘de Bastaard’ van Holland | buitenechtelijke zoon van Albrecht van Beieren en Maria van Bronckhorst | als 1-ste heer van Schagen. En dat is hij geweest van 1427 tot 1465, admiraal van Holland en van 1438 tot 1440 baljuw van Den Haag. Willem IV verleende in 1427 een nieuw stadsrecht aan Schagen.

Hij liet een slot bouwen en trok er in 1440 in. In 1456 kreeg Schagen van Filips van Bourgondië alle eerder verloren rechten weer terug. Willem liet vervolgens ook een kerk bouwen, die gereed kwam in 1460 en die gewijd was aan Sint-Christoforus en op 29 augustus 1895 door brand verwoest werd. De vestiging van Willem de Bastaard en vooral deze kerk lijkt er de reden van te zijn dat Schagen tot een regionaal verzorgingscentrum uitgroeide. In 1463 kreeg Schagen het recht op het houden van twee jaarmarkten en een weekmarkt. In 1603 kreeg Schagen van de Staten van Holland het recht op een jaarlijkse paardenmarkt. Ruim 350 jaar werden er heren van Schagen benoemd. In 1784 werd Théodore d’Oultremont benoemd tot 15-de heer van Schagen. Later zou blijken dat Théodore d’Oultremon ook de laatste heer van deze stad is geweest.

In het begin van de Gouden Eeuw kende Schagen in tegenstelling tot ‘echte’ steden als Alkmaar, Enkhuizen, Medemblik en Hoorn nauwelijks een bloei. Pas later kon de stad profiteren van de toegenomen welvaart, maar het haalde nooit de bloei die de eerder genoemde steden doormaakten. Ook na de Gouden Eeuw bleef een doorgroei uit. Mede door de inpoldering van het omliggende gebied kon Schagen in de 19-de eeuw economisch weer tot bloei komen. Met name de veemarkt speelde daarbij een belangrijke rol. Toen in 1865 de spoorweg tussen Alkmaar en Den Helder in gebruik werd genomen ontstond er een groot afzetgebied van en voor de plaatselijke nijverheid. Schagen had toen ongeveer 2060 inwoners.

In de loop van de 20-de eeuw zakte de welvaart langzaam in. Vooral na de Tweede Wereldoorlog liep de agrarische sector sterk terug. Maar omdat Schagen niet alleen daarvan afhankelijk was, was de achteruitgang hier een mindere last dan voor veel andere agrarische gemeenten.

Rond 1960 ging Schagen weer langzaam floreren; het inwonertal lag nog onder de 5.000 maar was stijgende. Met name in jaren zeventig groeide het aantal van inwoners sterk. Begin jaren negentig werd die groei minder maar bleef vrij sterk in vergelijking met omliggende plaatsen.

Markante herkenningspunten van Schagen zijn de Grote Kerk aan de Markt, een zeldzaam protestants voorbeeld van neogotiek en de, eveneens neogotische, rooms-katholieke Christoforuskerk naar ontwerp van Alfred Tepe. In de Christoforuskerk hangt de oudste luidklok van Nederland, gegoten in 1478 en gewijd aan Liudger, die werd geboren in 742 in Zuilen bij Utrecht.

Hij was een Friese missionaris en rooms-katholieke bisschop. Hoewel later aangeduid als de ‘apostel der Groningers’, was hij een 8-ste-eeuwse missionaris in het gebied der Friezen. Het grootste deel van de huidige provincie Groningen was toen Fries gebied. Hij voltooide het werk waarvan evangeliepredikers als Willibrord en Bonifatius de grondleggers zijn geweest. Liudger overleed in 809 in Billerbeck in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. Bij het naderen van Schagen zijn de kerktorens reeds vanaf grote afstand te zien.

Verder zijn het herbouwde Slot Schagen | met zijn authentieke slottorens |, de Markt, het Regionaal Museum 1940-1945 Schagen, de museumboerderij Vreeburg, het Automuseum en de in 2005 geopende Recreatiehaven Schagen, interessant. En dan is er nog de Schager Wiel, een natuurgebied rondom het meer ‘De Wiel’ en het aangrenzende zwembad De Wiel. Als grootste kern in een regio vol kleine dorpen en gehuchten is Schagen een belangrijk regionaal centrum. Niet alleen de markt op donderdag trekt een groot publiek; met name de vele feesten die door het jaar heen in de stad georganiseerd worden trekken bekijks. De Westfriese Folklore is er in de zomermaanden elke donderdag op de Schager Markt. Diverse oude ambachten worden tentoongesteld en nagespeeld in het centrum. Hoogtepunt is de grote optocht die over het marktterrein trekt. Oude koetsen, heren en dames in diverse klederdrachten en uiteraard muziek maken deze optocht tot een populaire attractie die, zeker bij mooi weer, veel toeristen naar het Schagense lokt.

Een ander feest dat tot ver buiten Schagen bekend en berucht is, is de Paasveetentoonstelling Schagen. In 1893 werd de Veereeniging tot het houden van Jaarlijksche Paaschtentoonstellingen van Vee te Schagen opgericht door de H. de Leve, een veehandelaar uit Purmerend. H. de Leve organiseerde op 30 maart 1893 in het Noordhollandsch Koffiehuis een bijeenkomst met als onderwerp het bespreken van de belangen voor de verkoop van vee in Schagen. Drie weken na deze bijeenkomst, waaraan dertig personen deelnamen, vond op woensdag 14 maart 1893 de eerste officiële paasveetentoonstelling in Schagen plaats. Dit oude feest draait om de jaarlijkse veetentoonstelling die op de woensdag tien dagen voor Pasen op het marktplein wordt gehouden. Nadat de “dikbillen” gekeurd waren dronken de boeren en slagers vanouds een borrel in een van de vele cafés die Schagen rijk is. Tegenwoordig blijft het niet bij een borrel. Vanaf de middag wordt het drankverbod dat op Paasveemorgen van kracht is, opgeschort en stromen de kroegen vol. Het blijft onverminderd populair.

Ook kent men Popweekend in Schagen, hier treden diverse artiesten op. Dit gebeurt op een tweetal podia op de Markt. Dit festijn vindt altijd plaats op het eerste weekend van augustus en trekt tienduizenden bezoekers. Ook buiten de grote feesten om blijft Schagen een belangrijk regionaal uitgaanscentrum. Schagen, altijd gezellig.

Bekende Nederlanders uit Schagen zijn de zangeres en cabaretière Karin Bloemen, zanger en presentator Gerard Joling, radiopresentator Gijs Staverman en schrijver van onder meer Pim Pandoer Carel Beke. In 1953 verscheen het eerste boek, Pim Pandoer, de schrik van de Imbosch. In totaal verschenen 18 boeken in de periode van 1953 tot en met 1969.

Welkom bij het Holland Magazine