Rudi Carrell | * 19 december 1934 – † 7 juli 2006

In Duitsland omarmd door zijn humor, die in Nederland niet iedereen kon bekoren. Dat is de rode draad in het leven van zanger/showmaster Rudi Carrell die op vrijdag 7 juli 2006 op 71-jarige leeftijd overleed. Sinds 2005 was bekend dat hij longkanker had. Hij zei destijds in de Duitse media nog: ‘Ik ben niet bang om dood te gaan, ik heb een prachtig leven gehad’. Als een zin uit één van zijn bekendste liedjes: ‘Wat een geluk, dat ik een stukje van de wereld ben’. Een leven waarin een jongensdroom uitkwam. Want dat hij beroemd wilde worden, wist de op 19 december 1934 als Rudolf Wijbrand Kesselaar in Alkmaar geboren Rudi Carrell al vroeg. ‘Desnoods als journalist; ik heb zelfs een perskaart vervalst want ik wou overal bij zijn’, zei hij in 1997 in het radioprogramma ‘Een leven lang’.

De magere, enigszins verlegen jongen groeide op in een arm gezin, waarvoor vader André Carrell als kleinkunstartiest de kost verdiende. Rudi leerde veel van hem over het veelzijdige vak, en begon zelfs bij hem als zanger. Toch lag daar zijn toekomst niet, zo bleek in 1960. Rudi Carrell vertegenwoordigde Nederland op het Eurovisie Songfestival in Royal Albert Hall in  Londen. ‘Wat een geluk’ eindigde roemloos op de voorlaatste plaats.

rudicarrell-05Televisie in Nederland en Duitsland

Hij blijft wel zingen en scoort ook hits zoals ‘Muis in de molen’, ‘Hoogste tijd’ en ‘Samen een straatje om’. Vaak in zijn eigen televisieshows, waarvan het presenteren hem goed afging, getuige de prijzen die hij binnensleepte: in 1963 een Nipkowschijf en een jaar later volgt een Gouden Roos op het festival van Montreux voor zijn befaamde show ‘Het onbewoonde eiland’. Daarin zong hij een lied met zangeres Esther Ofarim. Al snel volgt de overstap naar de televisie in het land dat hem altijd al fascineerde, Duitsland; aanvankelijk met vertalingen van zijn Nederlandse shows. Dat kwam de populaire Carrell zo kort na de oorlog op veel kritiek te staan. ‘Maar ik had ín de oorlog al gemerkt dat je overal hufters hebt;  zo waren er Duitse soldaten die ons hielpen, terwijl onze Nederlandse buurman met de nazi’s collaboreerde’, meende hij.

rudicarrell-04Populair in Duitsland

Zijn Duitse avontuur legt hem geen windeieren en daarom gaat hij er 1974 ook wonen; in Syke, ten zuiden van Bremen. Succesvolle shows volgen elkaar op: ‘Am Laufenden Band’ – de Duitse versie van Mies Bouwmans’ ‘Een van de acht’ en Rudi’s Tagesschau. Waarbij hij zich steeds meer tot humorist ontwikkelt. Ondanks zijn slechte uitspraak van de taal, die een nieuwe term oplevert: ‘Rudi-Deutsch’. En ook al noemen sommigen zijn grappen plat. Zelfs rellen schaden hem niet blijvend, al zorgt een sketch in 1987 over de Iraanse geestelijk leider Khomeini voor een verslechtering van de Duits-Iraanse betrekkingen. Nog in de jaren negentig trekken z’n satirische shows ‘7 Tage, 7 Köpfe’ miljoenen kijkers.

rudicarrell-03Waardering in Duitsland – Nederland komt later

Op een korte terugkeer op de Nederlandse televisie na – begin jaren tachtig met de ‘1,2,3 Show’ van de KRO – speelt Rudi Carrell’s carrière zich af in Duitsland. De waardering daar komt onder meer met de toekenning in 1985 van het Bundesverdienst Kreuz. Aan terugkeer naar Nederland denkt hij dan ook niet: ‘Dat zou ondankbaar zijn, ik heb zoveel aan dit land te danken’, zegt hij. Bovendien laat erkenning in Nederland lang op zich wachten. Pas in 2001 krijgt hij een Koninklijke Onderscheiding: Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In datzelfde jaar krijgt hij in Montreux een Ere-Roos voor zijn hele werk. In Alkmaar werd een jaar na zijn overlijden een standbeeld van de populaire Nederlands-Duitse showmaster onthuld door zijn dochters Annemiek en Caroline en Rudi Carrell’s broer Aad op de plaats waar rudicarrell-02vroeger het podium stond van de voormalige schouwburg Het Gulden Vlies. Op dit podium zette hij zijn eerste stappen als entertainer.

Autobiografie

Zijn levensverhaal schrijft hij op in ‘Geef m’n fiets terug’, jaren voor hij in 2002 officieel afscheid neemt van de televisie. Daarin schrijft hij over zijn arme jeugd en zijn fascinatie voor humor, hoe plat ook, waarmee hij zoveel mogelijk mensen wil bereiken. Het ging hem kennelijk goed af, tot het Bühnelicht voorgoed doofde. Na zijn crematie werd hij op maandag 24 juli 2006 bijgezet in een urnengraf met zijn tweede liefde Anke, die overleed in 2000, op de begraafplaats van Syke-Heiligenfelde, nabij het dorp Wachendorf waar hij heeft gewoond.

Welkom bij het Holland Magazine