Puttershoek | Thuishaven van Kees Verkerk en Suikerfabriek

Puttershoek is een dorp aan de Oude Maas in de Zuidhollandse Hoeksche Waard. Al vóór de Sint-Elisabethsvloed van 1421 lag op de plaats van het huidige Puttershoek een dorp, Hoecke geheten. Deze naam was waarschijnlijk afgeleid van de vrij scherpe hoek die de dijk rond de Hollandsche Waard hier maakte. Puttershoek bleef tot in de 19-de eeuw een afgelegen dorp, waar de voornaamste bron van inkomsten het biezensnijden was. | Haven in Puttershoek met sluis – zie foto links |

In 1912 werd echter een grote suikerfabriek in het dorp gebouwd, waardoor door het dorp iedere herfst een kenmerkende zoete geur dreef. Deze geur was afkomstig uit de pulpdrogerij en was bij krachtige wind tot op vele tientallen kilometers te ruiken.

Vanwege het seizoenswerk van de suikerfabriek kwamen ook arbeiders uit Noord-Brabant en Zeeland naar Puttershoek. Het behoudend Nederlands-Hervormde | zie foto links | dorp kreeg door de komst van de Brabanders weer een kleine katholieke gemeenschap. Deze katholieke arbeiders woonden tijdens de bietencampagne op het terrein van de suikerfabriek en mochten jarenlang hun mis houden in een stenen werkplaats op het fabrieksterrein.

Nadat een toenemend aantal Brabantse arbeidersgezinnen in Puttershoek en omgeving was komen wonen, werd in de jaren zestig een stenen kerk elders in het dorp gebouwd, een van de twee katholieke kerken die de Hoeksche Waard rijk is. Eind 2004 is de productie van suiker in Puttershoek beëindigd en overgeplaatst naar de fabrieken in Hoogkerk bij Groningen en Dinteloord.

In april 1940 | tijdens de Tweede Wereldoorlog | werd het hoofdkwartier van de zogenaamde Groep Kil, een Nederlandse legereenheid ter grootte van een brigade, in Puttershoek gevestigd. Groepscommandant reservekolonel Van Andel en zijn chef-staf kapitein Michael Rudolph Hendrik Calmeyer commandeerden de Groep Kil. Deze eenheid was verantwoordelijk voor de verdediging van het zuidfront Vesting Holland in de Hoeksche Waard en het Eiland van Dordrecht, waaronder de verdediging van de Moerdijkbruggen viel. Ruim vier dagen hield de Groep Kil ondanks vele tegenslagen die verdediging vol, tot de groep zich 13 mei 1940 naar het westen terugtrok.

| Puttershoeker haven; de kleinste open haven van Nederland – zie foto links |

Na de watersnood van 1953 werden vrijwel alle huizen op het direct aan de Oude Maas gelegen Weverseinde afgebroken om die dijk op deltahoogte te kunnen brengen. Alleen de 16-de-eeuwse haven | de kleinste open haven van Nederland |, het Schouteneinde en het stukje oude dorpskern rond de Arent van Lierstraat/Kerkstoep zijn bewaard gebleven.

Hier staan onder andere het oude gemeentehuis | zie foto links | van Puttershoek, waarop het gemeentewapen nog te zien is en het oude postkantoor dat herinnert aan de tijd dat Puttershoek een pleisterplaats was op de postweg van Rotterdam naar Antwerpen. Ook bezienswaardig is korenmolen De Lelie aan de Molendijk en de oude dokterswoning op Schouteneinde 28.

Schaatser Kees Verkerk werd op 28 oktober 1942 geboren in Maasdam maar groeide op in Puttershoek. Zijn ouders exploteerden in het dorp het café ’t Veerhuys. Het café was winters lang ‘het centrum van de wereld’. Van heinde en verre kwamen schaatsfans naar Puttershoek.

Kees Verkerk | zie foto links | maakte voor het eerst internationaal furore door bij de Olympische Winterspelen van 1964 in Innsbruck op de 1500 meter beslag te leggen op het zilver. Het was het begin van een flonkerende carrière die acht jaar zou duren.

Samen met Ard Schenk | het tijdperk ‘Ard-en-Keessie’| zorgde hij voor schaatssuccessen zoals Nederland ze na Jaap Eden niet meer had beleefd. Zijn erelijst is indrukwekkend en slechts door weinigen overtroffen: wereldkampioen vierkamp 1966 en 1967, Europees kampioen in 1966. Olympisch kampioen 1500 meter in Grenoble 1968, zilver op de 5000 meter in 1968 en zilver op de 10.000 meter in 1972 in Saporro.

Kees Verkerk werd vier keer Nederlands kampioen; in1966, 1967, 1969 en 1972. In totaal verbeterde hij in de loop der jaren twaalf keer een wereldrecord op de 1500, 5000 en 10.000 meter. In 1966 en 1967 werd hem de Oscar Mathiesen-trofee uitgereikt, de Schaats-Oscar.

Zijn beste prestaties waren: 39.9 op de 500 meter, 1.58.9 op de 1500 meter, 7.13.2 op de 5000 meter en 15.03.6 op de 10.000 meter. Vooral met deze laatste prestatie | een wereldrecord gereden in Inzell in 1969 | maakte Kees Verkerk grote indruk in de schaatsgemeenschap. Bij al deze prestaties moet men voor ogen houden dat ze werden verricht op buitenbanen en in een tijd dat strikt werd vastgehouden aan de amateurprincipes. Van sponsoring en het verkrijgen van andere inkomstenbronnen van rijders kon geen sprake zijn. De klapschaats was ook nog in geen velden of wegen te bekennen. Kees Verkerk was in de periode 1965-1970 de sterkste Nederlandse schaatser en door zijn spontaniteit de lieveling van het Nederlandse publiek.

Maar hij was ook een meester in de psychologische ‘oorlogsvoering’. Hij kon zijn tegenstanders intimideren en afleiden. Bij het EK 1967 in het ijskoude Finse Lahti meldde hij zich bij de diverse afstanden pas op het allerlaatste moment aan de start Zijn tegenstanders waren dan al vernikkeld van de kou. Ook op zijn grote rivaal Ard Schenk met wie hij op één kamer sliep, had hij een zeker overwicht totdat coach Leen Pfrommer het tweetal uit elkaar haalde.

Toen overvleugelde Ard Schenk de Puttershoeker. Ard Schenk en Kees Verkerk kwamen voor het eerst tegen elkaar uit in Graft op 17 februari 1963. Zij troffen elkaar op de 10.000 meter. Ard Schenk won die afstand, maar Kees Verkerk het eindklassement. Na die wedstrijd werden zij beiden voor het eerst toegevoegd aan de nationale kernploeg.

Kees Verkerk | zie foto links | droeg jarenlang bij de huldigingen een bontmuts die van zijn moeder was geweest, die vlak na zijn zilveren rit bij de Olympische Spelen 1964 van Innsbruck was gestorven.

In 1973 en 1974 was hij samen met Ard Schenk en een dozijn anderen professional bij de International Speed Skating League. Tot in 1980 was hij vijf seizoenen bondscoach van het Zweedse herenteam. Kees Verkerk was in Nederland tijdens zijn schaatsjaren ongekend populair en werd algemeen beschouwd als een nationale volksheld. Zanger Johnny Hoes schreef een lied met de titel Ard & Keessie waarmee hij in 1966 de hitparade haalde.

Kees Verkerk trouwde in 1972 met de Noorse vrouw Sally en woont nabij Kristiansand in Noorwegen. Sally en Kees Verkerk hebben daar een recreatiebedrijf. In 2010 werd hij benoemd tot erelid van de KNSB.

Kees Verkerk heeft twee periodes aan de top van de Adelskalender gestaan: eerst van 28 februari 1967 tot 5 februari 1968, gedurende 342 dagen. En een tweede keer van 7 februari 1968 tot 13 februari 1971, gedurende 1102 dagen. In totaal heeft Kees Verkerk 1444 dagen aan de top van de Adelskalender gestaan.

Kees Verkerk is zijn dorp Puttershoek nooit vergeten. De Puttershoekers hem ook niet, gelijk als alle schaatsliefhebbers van Nederland.

Welkom bij het Holland Magazine