Noordoostpolder 75 jaar | Een ideale samenleving!

Rechte wegen, oneindige stukken land en de A6 die er dwars doorheen loopt. Dat is waar Nederlanders de Noordoostpolder vooral van kennen. Maar daarmee wordt de polder, die 75 jaar geleden werd drooggelegd uit het IJsselmeer, flink tekort gedaan.

De inrichting van de Noordoostpolder | het noordelijkste deel van Flevoland | was een van de grootste projecten van sociale planning ter wereld. Midden vorige eeuw leek er voor tienduizenden Nederlan- ders niets mooier dan boeren op dit nieuwe stukje Nederland. Maar dat was niet voor iedereen wegge- legd. Het Rijk wilde een ideale samenleving creëren en alleen de beste mensen werden voor de pas drooggelegde polder geselecteerd.

Piet de Zeeuw, mijn opa, droomde ervan om boer te worden op het nieuwe land. De polder beloofde een landbouwwalhalla worden. In 1941 zag hij een advertentie in de Zeeuwse plattelandskrant: ‘sterke mannen gezocht voor de drooglegging van de polder’. Met de fiets vertrok hij naar een uitgestrekte woeste vlakte die met de schop bewoonbaar gemaakt moest worden. Als een van de polderpioniers hoopte hij kans te maken op een boerderij. ‘Nederland moest zelfvoorzienend van voedsel worden, was het idee’, vertelt Eva Vriend, auteur van Het Nieuwe Land. ‘De Noordoostpolder werd ingericht om agrarische top-producties te leveren. En voor boerenzonen was het een gebied van onbegrensde mogelijkheden’.

De inrichting van de polder werd op de tekentafel tot in de details uitgedacht. Zo kwamen er tien dorpen rond polderkern Emmeloord te liggen, elk binnen één uur fietsen. ‘Zelfs de plaatsing van bomen werd tot op de centimeter vastgelegd’. Alles ging langs de meetlat, ook de toekomstige bewoners. Alleen de besten waren welkom. ‘Ze moesten passen in de mal van maakbaarheid’, zegt Eva Vriend. Zelfs als je als pionier jarenlang met de hand sloten had staan uitgraven, waren de selectiecriteria streng. Nadat mijn opa als ploegbaas en landbouwkundig opzichter had gewerkt bij de drooglegging, moest hij zich voor een boerderij keurig achter in de rij aansluiten. De toekomstige bewoners moesten flinke, moderne mensen zijn. Ook de vrouwen.

Bijna 11.000 kandidaten schreven zich in voor een boerderij, er was slechts plaats voor nog geen 1500. Kanshebbers moesten tussen de 30 en 50 jaar oud zijn, over genoeg financiële middelen beschikken, goede referenties hebben en getrouwd zijn. Wie aan de eisen voldeed, was slechts door naar de volgende ronde. Niet alleen de mannen, maar ook hun vrouwen kregen bezoek van de inspectie. Onaangekondigd. ‘Ze wilden beoordelen of je de pioniersgeest had’, vertelt mijn oma Eva de Zeeuw. ‘De toekomstige bewoners moesten flinke, moderne mensen zijn. Ook de vrouwen’. Soms liepen ze door naar de slaapkamers om te kijken of het ook daar netjes was.

Eva Vriend kent verhalen van bewoners waar de inspecteur met de vinger over de rand van de deur ging om te kijken of er stof op lag. ‘Ze keken of het huis op orde was en of de kinderen luisterden. En soms liepen ze door naar de slaapkamers om te kijken of het ook daar netjes was’, vertelt Eva Vriend. Mijn grootouders behoorden tot de gelukkigen. Ze ontvingen het goede nieuws tussen Kerstmis en Nieuwjaar van 1954: ze kregen de pacht over een grote boerderij van 48 hectare in Nagele. ‘Je moest er wel tegen opgewassen zijn. Je kende in het begin niemand in de polder en je kon niet zomaar je familie opzoeken omdat er weinig auto’s waren’, vertelt Eva de Zeeuw over de eerste periode. Maar voor mijn grootouders bleek de eenzaamheid geen probleem. ‘Die kale, uitgestrekte vlaktes. Ik vond het juist prachtig?. Ze voelde al snel een grote verbondenheid met de andere polderbewoners. ‘Het was natuurlijk een grote uitdaging, en dan trek je naar elkaar toe’.

De vraag is of de polder die volmaakte samenleving werd die het Rijk voor ogen had. ‘In de jaren 50 en 60 wel, denk ik’, zegt Eva Vriend. ‘Er woonden enkel jonge gezinnen, er waren geen ziekten, er was geen criminaliteit en iedereen had werk’. Het leek een samenleving zoals de makers zich die hadden voorgesteld. Maar onder de oppervlakte borrelde het soms. ‘Als je doorvroeg was er soms onzekerheid of jaloezie: op de buurman omdat die een grotere boerderij had gekregen of wel een auto had’, vertelt Eva Vriend. Voor mijn grootouders was het een geweldige tijd, maar ook Eva de Zeeuw zag dat de beginjaren niet elke bewoner even makkelijk afging. ‘Er kwamen jonge stellen uit alle windstreken van het land naar de polder. Sommigen kregen veel heimwee naar het oude land, ze misten hun familie’.

Vijfenzeventigjaar later is er veel veranderd. In de arbeidershuizen wonen geen arbeiders meer en in veel boerderijen geen boeren. De Noordoostpolder is nog steeds een agrarische voorloper, maar kampt met dezelfde problemen waar veel andere landbouwgebieden ook mee worstelen. ‘Hoogopgeleiden trekken weg, de bevolking krimpt en het voorzieningsniveau daalt’, vertelt Eva Vriend. Die maakbare samenleving is dus minder maakbaar dan gehoopt, maar de pioniersgeest is niet verdwenen. Eva Vriend zag het terug bij de pioniers die ze interviewde voor haar boek: ‘een tomeloze ambitie en levenslust’. Zelf zag ik het ook bij mijn opa, die op zijn 92-ste nog op de trekker zat en zich met de boerderij bleef bemoeien. En bij mijn oma, die hoewel ze al een aantal jaren alleen woont in de polder, het drukker lijkt te hebben dan de gemiddelde mens. ‘Maar kind, je moet overal wat van maken’ , zegt ze dan.