Koning Willem I | * 16-3-1815 – † 7-10-1840

koning-willem-l

Koning Willem l

Willem Frederik van Oranje Nassau wordt in 1772 in Den Haag geboren als oudste zoon van Prins Willem V, de laatste stadhouder van de Nederlanden, en Wilhelmina van Pruisen. Van 1791 tot 1837 is hij getrouwd met zijn nicht Wilhelmina van Pruisen. Uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren: Willem in 1792 – de latere Koning Willem II – Frederik in 1797 en Marianne in 1810.

Willem I leidt als kapitein-generaal de operaties tegen de Fransen in de jaren 1793-1795. Hij vecht vanuit Duitsland tegen de Bataafse Republiek en daarna tegen de Fransen. Als de Fransen overwinnen, ziet hij zich genoodzaakt om met zijn gezin het land te verlaten. Hij vestigt zich eerst in Engeland en later in Duitsland. Het verdrag van Parijs (1814) voorziet in de samenvoeging van Nederland en België in één koninkrijk en Willem I wordt uitgeroepen tot Koning. In 1815 staat hij, onder druk van het Weense Congres, zijn bezittingen in Duitsland en Pruisen af en ontvangt in plaats daarvan het Groothertogdom Luxemburg.

Het is Willem I persoonlijke doel om ervoor te zorgen dat zijn ‘Groot-Nederland’ als eenheid functioneert. Door het ‘vernederlandsen’ van bestuurlijke instellingen wil hij, via de taal, een eenheid in het koninkrijk creëren. De Franse invloed in het zuiden houdt dit proces echter tegen. Daarnaast leidt zijn inbreng op kerkelijk gebied en in het onderwijs tot spanningen in het zuiden die uiteindelijk culmineren in de Belgische Revolutie (1830). Willem moet tegen zijn zin toestaan dat het zuiden zich afscheidt van het Koninkrijk.

Willem I is afkerig van meeregeren door de Staten-Generaal en regelt alles zoveel mogelijk via Koninklijk Besluit. Het lukt hem in de loop der jaren de Grondwet zodanig uit te leggen dat zijn soevereiniteit als het ware boven de wet komt te staan. Op die manier kan hij op autocratische wijze het land besturen. De belangstelling van Willem I gaat vooral uit naar de handel en economie.

Door zijn bemoeienissen op dit gebied, krijgt hij de bijnaam ‘koning koopman’. Hij wil van het Koninkrijk een economische reus maken waarbij het noorden zich vooral bezighoudt met de handel en het zuiden zich meer richt op de industrie. Deze welvaartspolitiek moet de twee landsdelen binden en het Koninkrijk een plek geven tussen de grote mogendheden.

Hij voert een uniform belastingstelsel in dat tot doel heeft om de grote staatsschuld af te lossen. Daarbij kiest hij voor een belastingstelsel dat aansluit bij de Noord-Nederlandse economie. Als com- pensatie voor het zuiden richt hij op het Fonds voor Nijverheid. Dit Fonds verleent leningen en subsidies aan de Zuid-Nederlandse industrie, zodat die geen last ondervindt van het nieuwe belastingstelsel. Voor het noorden wordt de Nederlandse Handels Maatschappij opgericht, die zich met name richt op de handel tussen het Koninkrijk en Oost-Indië.

Ook zorgt Willem I voor banken die de economie nieuwe impulsen moesten geven. Zo richt hij De Nederlandse Bank op die een modernisering betekent voor het geldverkeer. Daarnaast zorgt hij voor verbeteringen in de infrastructuur, de nijverheid en de stoomvaart.

Zijn onderdanen dringen echter aan op een meer liberale grondwet. Teleurgesteld doet Willem I in 1840 afstand van de troon. Na zijn aftreden vestigt hij zich in Berlijn waar hij trouwt met de Zuid-Nederlandse katholieke gravin d’Oultremont. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon koning Willem II. Onder diens bewind wordt de zo gewenste herziening van de Grondwet een feit.