Kerstvloed | Noord-Nederland in 1717

‘De Maand December bragte een groote Eelende’, vatte Thomas van Seeratt de Kerstvloed van 1717 samen. Exact 300 jaar geleden, in de nacht van 24 op 25 december, braken in Noord-Nederland de dijken na een onverwacht zware winterstorm. Er kwamen naar schatting 2300 mensen om, vooral in Groningen. Hij  had er al voor gewaarschuwd. Als ‘commies-provinciaal’ was hij sinds 1716 verantwoordelijk voor de dijken. Hij was bij zijn aantreden geschrokken over de ‘seer slegte en ellendige dijcken’ in Groningen en was meteen begonnen met de zwakste schakels. Het bleek te laat.

Misschien vermoedde hij al dat het fout zou gaan toen hij eind december een kijkje nam bij de Noordzeedijk. ‘De Lugt begon soo wonderlijck te staan. Hoog, en over al met Draijingen’, schreef hij later in een verslag. Ook viel het hem op dat het zo hard waaide dat er niet een, maar twee paarden voor de trekschuit gezet moesten worden.

‘Thomas van Seerattwas kapitein geweest voor de West-Indische Compagnie’, vertelt historicus Albert Buursma, die meewerkte aan een boek over de Kerstvloed. ‘De rare luchten deden hem denken aan de cyclonen die hij in de Caraïben had gezien’. Wat Thomas van Seeratt niet kon weten, was dat de wind die nacht nog plots zou draaien. Lange tijd had de zuidwesterstorm het water opgestuwd, maar ineens blies een noordwester het weer terug richting land. ‘Heel veel mensen werden verrast in hun slaap’, stelt Albert Buursma. De dijken begaven het onder de druk van het water, dat vervolgens zelfs de stad Groningen bereikte. Honderden huizen werden verzwolgen, complete dorpen werden weggevaagd, tienduizenden koeien, paarden en schapen verdronken. ‘Je kan het vergelijken met de tsunami uit 2004’, denkt Albert Buursma. ‘Alles werd compleet weggespoeld, overal dreven dieren en mensen’.

Thomas van Seeratt zag het in Groningen gebeuren. Een ruiter die hij op verkenning had gestuurd kwam met grote vaart terug. ‘Hij Riep het waeter kwam aen, ende Kort daarnae kam het Soute Zee waeter aenlopen’, schreef hij. ‘Te Vier uiren Sagh men van de Stadts wallen niet als waater, De Huisen ende Kercken daarin staande, Zijnde Een Droevige gesichte’.

‘Het getroffen gebied was heel groot’, zegt Albert Buursma. ‘Van Noord-Nederland langs de kust tot in Denemarken. Daar vielen ook meer slachtoffers dan in Nederland, al met al zo’n 11.000. Friesland is er beter vanaf gekomen, omdat de Friezen na de Allerheiligenvloed van 1570 betere dijken hadden aangelegd, op last van de Spaanse landvoogd. Maar ook daar vielen nog 150 doden’.

Dominees en pastoors schreven de verhalen op van overlevenden. Een meid die in Ulrum door het water op een koe werd gesmeten en zo een boerderij wist binnen te komen. Een man die zijn gezin bij Warfhuizen was verloren: ‘Twee van sijne kinderen gelijke meede de Vrouw met de Twee andere waaren door de waateren verslonden’. Een bruid die uit ‘hertelik meedelijden’ kleren deelde met haar bijna naakte bruidegom.

Vanuit Groningen leidde Thomas van Seeratt een reddingsoperatie. Hij vorderde schepen om slachtoffers op te halen en liet overlevenden en vee opvangen in openbare gebouwen, zelfs in het Academiegebouw. Ook gebruikte hij het vlees van verdronken vee om overlevenden te voeden. Doordat het water zo hoog was komen te staan in de stad, konden de reddingsschepen in eerste instantie niet onder alle bruggen door. Thomas van Seeratt liet daarop omstanders aan boord gaan, zodat het schip lager kwam te liggen. Later liet hij zelfs enkele bruggen slopen om de doorgang vrij te maken.

In de tijd die volgde nam Thomas van Seeratt de dijkversterking op zich. ‘Het was geen deskundige, maar hij was een goede organisator’, oordeelt Albert Buursma. ‘Hij ging kijken hoe men het op andere plekken deed en ontwierp een nieuwe dijk, met een veel schuinere zijde aan de zeekant, zodat de golven niet op een muur stuitten en schade aanrichtten’.

In Groningen is er maar weinig dat herinnert aan de ramp. Een monument voor Thomas van Seeratt is er niet en een gedenkplek voor de slachtoffers evenmin.