Kaliningrad | het voormalige Duitse Königsberg

Kalingrad

Kaliningrad

Kaliningrad, behoort met circa 1 miljoen inwoners en een oppervlakte van 15.000 km² het tot de kleinste bestuurlijke eenheden van de Rusland. De hoofdstad draagt de zelfde naam als de exclave; namelijk Kaliningrad en aldaar wonen meer dan 430.000 mensen. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is dit gebied een exclave van Rusland, ingeklemd tussen Polen en Litouwen en daarmee is het sinds het toetreden van deze beide landen tot de Europese Unie (EU) tevens een enclave binnen de EU.

Tot en met 1945 heette Kalingrad Königsberg en maakte deel uit van het het Duitse Oost-Pruisen. In dat jaar werd het zuiden Pools en het noorden kwam bij de Sovjet-Unie. De Duitse bevolking werd daarbij verdreven en vervangen door officiële kolonisten uit de Sovjet-Unie en families van militairen. Sinds het uiteenvallen van dat land in 1991 heeft Rusland geen directe verbinding meer met het gebied, dat onverminderd grote militaire betekenis heeft voor Rusland. Veel Russen beschouwen de exclave als een compensatie voor hun 27 miljoen doden die zijn gevallen in de Tweede Wereldoorlog tussen de Sovjet-Unie en nazi-Duitsland in de jaren 1941-1945.

Wapen van Königsberg

Wapen van Königsberg toont de drie voormalige wapenschilden van Altstadt, Löbenlicht en Kneiphof.

Het toenmalige Königsberg werd gesticht als een burcht van de ridders van de Duitse Orde op de plek van het Oud-Pruisische dorpje Twangste in 1255. Het eerste fort was van hout, maar werd al in 1257 vervangen door een stenen burcht, die werd vernoemd naar koning Ottokar II van Bohemen. Hij was een bondgenoot in de onderneming.

Duitse kolonisten zich vestigden in het gebied die zich vermengden met de oorspronkelijke Pruisische bevolking. In 1286 kreeg de stad stadsrechten en hoewel de groei van de stad beperkt werd door zijn eigen stadsmuren, verrezen er in het buiten gebied al snel andere nederzettingen.

In 1300 kreeg ook het nabijgelegen Löbenicht stadsrechten. Hoewel beide steden in principe onaf- hankelijk waren, vormden zij in praktijk één nederzetting en de naam Königsberg werd al gauw voor beide steden gezamenlijk gebruikt.

In 1327 kreeg een derde nederzetting Kneiphof ook stadsrechten. Iets meer als 400 jaar bleven deze nederzettingen apart van elkaar bestaan tot 1724. Overigens trad de eerste nederzetting al in 1368 tot het Hanzeverbond toe. West-Pruisen werd in 1457 afgestaan aan Polen en daarmee verloor de oude residentie Marienburg haar status en werd Königsberg de hochmeister van de Duitse orde.

Universiteit van Königsberg Collegium Albertinum

Universiteit van Königsberg Collegium Albertinum

De stad werd in 1525 residentie van het hertogdom Pruisen. In 1544 werd een universiteit ingericht, die de naam Collegium Albertinum kreeg, naar haar stichter hertog Albrecht van Brandenburg-Ans- bach. In 1724 werden de drie steden die Königsberg vormden en vele eromheen gegroeide dorpen uiteindelijk verenigd tot één bestuurlijk geheel. Tussen 1740 en 1763 werd Königsberg geografisch centrum in verschillende oorlogen tussen Pruisen, Polen en Rusland. En van 1758 tot 1763 was het door Russische troepen bezet. In 1772 kwam, onder koning Frederik II de Grote, ook West-Pruisen onder Pruisisch gezag en zo raakten Oost-Pruisen en Königsberg hun geografisch geïsoleerde positie ten opzichte van het overige deel van Duitsland kwijt. In de nadagen van de macht van Keizer Napo- leon was Königsberg het bestuurlijke en geestelijke centrum van Pruisen. Hier werd de opstand tegen Napoleon militair georganiseerd. Vanaf toen zou Pruisen een belangrijke macht in Europa worden wel- ke na 1815 vrijwel de gehele Noord-Europese laagvlakte van Rusland tot aan de Nederlandse grens zou beheersen.

Königsberg rond 1900

Königsberg rond 1900

In de 19-de eeuw werd de stad aanzienlijk vergroot als belangrijk oostelijk deel van het Duitse Kei- zerrijk. In 1813 telde Königsberg 50.000 inwoners. Een jaar telde de stad zelfs 100.000 inwoners. Na inlijving van buurgemeenten in 1910 telde deze stad 246.000 inwoners.

Na de verloren Eerste Wereldoorlog moest Duitsland een flink stuk van zijn oostelijke gebieden afstaan aan het heropgerichte Polen, derhalve geheel West-Pruisen. Oost-Pruisen met als hoofdstad Königs- berg, bleef wel Duits, maar door de Poolse corridor gescheiden van de rest van het land. Een vijandige houding van Polen was er op uit de tot enclave gedegradeerde provincie van Duitsland te isoleren; zelfs om het uiteindelijk te annexeren. Met omvangrijke subsidies werd voorkomen dat de economie in zou storten en de bewoners zouden wegtrekken. In 1925 was de bevolking zelfs nog verder gegroeid tot 287.000. De groei werd mede veroorzaakt doordat vluchtelingen uit de gebieden die Duitsland aan het nieuw opgerichte Polen had moeten afstaan naar Königsberg verhuisden. In 1933 werd, vooral door annexatie van buurgemeenten, het aantal van 372.000 bereikt.

De economie van Oost-Pruisen kreeg het tijdens de crisisjaren meer te verduren dan in de rest van Duitsland. De inwoners van Oost-Pruisen stemden mede daarom al vroeg in meerderheid op Aldolf Hitlers partij. En maakten van hun provincie een van de eerste bolwerken van de nazi’s. De liberale gezindheid in Königsberg kon zich nog wel enige tijd handhaven.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vestigde Adolf Hitler zijn militaire hoofdkwartier bij Rastenburg, ten zuiden van Königsberg. Een grootste deel van de oorlog lag de stad te ver van de frontlinies om door geallieerde bommenwerpers bereikt te worden. In augustus 1944 werd de historische binnenstad uiteindelijk grotendeels verwoest door Britse- en Amerikaanse bombardementen. Adolf Hitler riep de stad in de laatste oorlogsmaanden uit tot vestingstad. Het moest verdedigd worden door de inwoners. Maar de meesten van de 370.000 inwoners bleven tegen wil en dank in de stad omdat de nazi’s evacuatie hadden verboden en tegen overtreding hiervan stond de doodstraf.

Bewoners ontvluchten Königsberg. De eerste vluchtelingen vertrokken op 26 januari 1945

Bewoners ontvluchten Königsberg via de zeehaven Pillau; het tegenwoordige Baltijsk. De eerste vluchtelingen ver- trokken op 26 januari 1945; de laatste in de jaren 50 van de 20-ste eeuw.

De meeste burgers van Königsberg ontvluchtten in de laatste maanden van de winter van 1944-1945 de stad in westelijke richting naar de kust of de nabije havenstad Pillau, dat tegenwoordig Baltiejsk heet. Veel Königsberg Duitsers zijn door de Duitse marine over de Oostzee geëvacueerd. Met de wetenschap dat ieder gewonnen uur het leven van duizenden wanhopige vrouwen, bejaarden en kinderen kon red- den vocht de Duitse Wehrmacht tegen zijn oppermachtige Sovjet-tegenstander. Ondanks de inzet van de Wehrmacht kwamen vele vluchtelingen door Russisch kogels om het leven en/of door de winterse weersomstandigheden. Ook verschillende schepen met tienduizenden vluchtelingen aan boord werden op de Oostzee getorpedeerd door Russische duikboten. Op 6 april 1945 zette het Rode Leger het eind-offensief tegen de stad in; op 9 april volgde de capitulatie.

Bij de verovering door de Sovjets waren er nog 150.000 Duitse inwoners in de stad. Van de resterende bevolking kwam in de jaren 1945-1947 het overgrote deel, ongeveer 130.000 mensen, om door hon- ger, ziektes en Russische wraakacties. Het noordelijk deel van Oost-Pruisen met Köningsberg werd vlak na verovering geannexeerd door de Sovjet-Unie. De resterende Duitse bevolking werd in de naoorlogse periode naar het huidige Duitsland gedeporteerd. De laatste Duitsers vertrokken, op enkele uitzon- deringen na, in de jaren vijftig van de 20-ste eeuw.

kalingrad - 08

Immanuel Kant – werd gezien als filo- sofisch inspirator van Karl Marx en Friedrich Engels

Na de oorlog volgde een snelle wederopbouw, naar Sovjet-Russisch model. Hierbij werd het oude Duitse stratenpatroon grotendeels losgelaten en werd de bijna volledig verwoeste binnenstad deels herbouwd met grote, grauw-betonnen flatgebouwen. Daarvoor moesten de restanten van de historische bebouwing worden opgeruimd nadat de zwaarste muren, bijvoorbeeld die in 1968 van het Pruisisch-koninklijke Stadtschloss, eerst werden opgeblazen. In de buitenwijken is meer vooroorlogse bouwsubstantie bewaard gebleven. De kathedraal mocht als waarschuwingssymbool als ruïne blijven staan, en het graf van Immanuel Kant, dat tegen de buitenmuur was gebouwd, werd in ere hersteld. Kant werd gezien als filosofisch inspirator van Karl Marx en Friedrich Engels. De opvallendste nieuwbouw is het ‘Huis van de Sovjets’, een grauwe leegstaande betonkolos vlak naast de plaats waar voorheen het Stadtschloss stond, de burcht waaromheen de historische stad gegroeid was. Deze blikvanger heeft in Kaliningrad de bijnaam ‘Het Monster’ verworven.

kalingrad - 09

Atoom-onderzeeboot ‘Wladimir Mono- mach’

De stad werd van groot strategisch militair belang als steunpunt voor de Sovjetmacht, vooral voor de marine, met onder andere de marinebasis in Baltisk, het vroegere Pillau. Kaliningrad was vele jaren een zogenaamde gesloten stad, waar behoudens een paar ‘vriendschapsbezoeken’ uit het naburige Polen zelden een buitenlander werd toegelaten. De enclave had een voornamelijk militair-strategische betekenis en het ommeland werd dan ook sterk verwaarloosd. De grootschalige  aanpak van de landbewerking richtte grote schade aan in de kleinschalige maar technisch hoogstaande landbouw van het voormalige Oost-Pruisen. Met name in de afwatering werden de oude voorzieningen niet langer in stand gehouden en dat had tot gevolg dat een groot deel van het landbouw areaal in het van oorsprong drassige en laaggelegen land weer in moeras veranderde. Kleine dorpen werden afgebroken of als ruïne achtergelaten. Alleen de grootste plaatsen behielden een redelijk bevolkingsniveau, hoewel op een lagere schaal dan voor de oorlog.

kalingrad - 11

Russisch orthodoxe Christus de Verlosser Kathedraal

Pas in 1991 ging de stad weer open, en konden ook de Duitsers haar voor het eerst na ongeveer 45 jaar weer bezoeken. Dit heet in Duitsland ‘Heimat-toerisme’. Het na al die tijd weerzien van de sterk veranderde plaats van hun jeugd was voor vele Duitse bezoekers een sterk emotionele ervaring. Van 1993 tot en met 2006 werd de kathedraal ruïne, hoofdzakelijk dankzij Duits geld, gerestaureerd. De omringende binnenstad bleef voorlopig leeg.

In 2005 werd het 750-jarig bestaan van de stad gevierd. Ter gelegenheid hiervan werd een van de bewaard gebleven stadspoorten, de Königstor, gerestaureerd. Sindsdien is er veel aan het stadsbeeld veranderd door een groot aantal nieuwbouwprojecten, waarvan de bouw van de Russisch-orthodoxe Christus de Verlosser Kathedraal het belangrijkste voorbeeld is. Ten zuiden van de oude kathedraal verrees Fischdorf, een naar oude Duitse voorbeelden gebouwde nieuwe wijk. Op 13 september 2006 gaf de Russische president Poetin het groene licht voor de wederopbouw van de burcht.

Opmerkelijk is dat er sinds ongeveer 1991 een toegenomen aanwezigheid van ‘Duitsers’ in de stad en omgeving is. Na de Duitse hereniging in 1989 mochten alle Volksduitsers, uit Oost-Europa die aantoonbaar Duitse voorouders hebben naar Duitsland emigreren/vluchten. Volksduitsers zijn voornamelijk Russen van etnisch Duitse afkomst wier voorouders in de 18-de en 19-de eeuw als boerenkolonist emigreerden naar Rusland, vooral naar Oekraïne en het Wolgagebied, en onder Jozef Stalin bij de nadering van de Duitse legers in 1941 naar Siberië en Kazachstan werden gedeporteerd.

Velen van hen uit onder andere Rusland, Kazachstan maar ook uit Polen en Roemenië deden dit maar ook velen konden niet aarden in het ‘oude vaderland’ door onder andere discriminatie door de ‘autochtone’ Duitsers die vaak neerkijken op hun verre verwanten. Sommigen van deze re-emigranten hebben zich ten slotte gevestigd in Kaliningrad en dorpen in de overige regio, waar ze meer dan welkom zijn omdat hier een ernstig tekort aan goede vakarbeiders is. Er zijn vandaag de dag  in de stad diverse verenigingen van Rußlanddeutschen; ondermeer  bij Lutherse kerkgemeenten.

Kaliningrad_flag

Vlag van de regio Kaliningrad

In de omgangstaal is de verrussische vorm Kjonigsberg gebruikelijk geworden. Bewegingen die ijveren voor het historische Königsberg, Korolowez – naar de Poolse benaming Królewiec – en het Tsjechische Královec – of een hernoeming naar Kantgrad – naar de in 1724 aldaar geboren filosoof Immanuel Kant – krijgen weinig bijval van de Russische bevolking. Tegenstanders van de naamswijziging zien een andere achtergrond van de verdreven oorspronkelijke bevolking. Hoe dan ook; in 2006 werd begonnen met de bouw van een nieuw toeristisch centrum in de stad, die de naam Fischdorf heeft meegekregen. Deze nieuwe stadswijk met Duitse naam werd gebouwd in oude Pruisische stijl. Hotels en restaurants hebben een Duitse naam. De goede tijden in benamingen herleven. Daar zal het voorlopig wel bij blijven. Een bezoek aan deze enclave zal beslist de moeite waard zijn ondanks de politieke verhouding tussen Rusland en de overige Europese landen.

Voor meer informatie: www.klgd.ru