Elfstedentocht | 1909 – 1997 | Alvestêdetocht

Elfstedentocht.1Al heel lang geldt het als een bijzonder sportieve prestatie om op een dag schaatsend alle elf Friese steden aan te doen: een afstand van bijna 200 kilometer. De hoofdstad van Fryslân, is vanouds de start- en finishplaats. De deel- nemers rijden vanuit Leeuwarden naar achtereenvolgens Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker, Dokkum en weer Leeuwarden. Van enkele tientallen volbrengers uit vroeger eeuwen zijn de namen bekend gebleven.

Hun successen werden in de familiekring trots van generatie op generatie doorverteld. Onder de honderden mannen en vrouwen die in de lange winter van 1890 op 1891 op eigen initiatief de tocht volbrachten, bevond zich ook de grote sportpionier Willem ‘Pim” Mulier. Hij was het, die daarna op het idee kwam van een ‘georganiseerde’ Elfstedentocht. In 1909 was het zover. Toen schreef de Friesche IJsbond voor de eerste maal een Elfstedenwedstrijd uit. De Friesche IJsbond wilde het evenwel bij deze ene keer laten.

Maar Mr. Hepkema, advocaat te Leeuwarden, was van mening dat deze vorm van schaatssport levensvatbaar was. Hij achtte een aparte organisatie daarbij van belang. Enkele dagen daarna – op 15 januari 1909 – werd de Vereniging “De Friesche Elf Steden” opgericht. Het doel van de vereniging is het bevorderen van de ijssport in de provincie Fryslân en in het bijzonder het organiseren – zo mogelijk jaarlijks – van Elfstedentochten op de schaats. Mr. Hepkema was de eerste voorzitter.

De Elfstedentocht kent dus een wedstrijd- en een toertocht die beiden op dezelfde dag plaatsvinden. Ze schaatsen beide exact dezelfde route. Tot nu toe werden er 15 Elfstedentochten gehouden; de eerste werd verreden in 1909 en de voorlopig laatste in 1997. De winnaars op een rijtje.

Het dooide en het ijs was zacht maar op 2 januari 1909 werd de eerste Elfstedentocht verreden. Deze eerste tocht met wedstrijdelement kende drie uitblinkers; te weten: Minne Hoekstra uit Warga, Gerlof van de Leij uit Marrum en de Amsterdammer Tiete Solke Roo- seboom. De winnaar Minne Hoekstra benodigde 13 uur en 50 minuten van start tot finish. Dit was de eerste en gelijk de laatste tocht die door de Friese IJsbond werd georganiseerd. Drie jaar, een maand en 5 dagen later was het weer zover. Op 7 februari 1912 wordt de eerste tocht van de ‘Vereniging’ gewonnen door Coen de Koning uit Arnhem, die meteen een nieuw snelheidsrecord vestigt: 11 uur en 40 minuten. De Koning was niet alleen al Europees kampioen op de langebaan geworden in 1904, maar had nog in 1912 het werelduurrecord in zijn bezit. Het ijs was dit jaar erg zacht geworden door de dooi. Precies vijf jaar later, op 7 februari 1917 vriest het licht. Ondanks het slechte ijs rijdt Coen de Elstedentocht.2Koning de tocht uit in slechts 9 uur en 53 minuten; opnieuw een snelheidsrecord. Sjoerd Swierstra, die in 1912 na een eindsprint op de derde plaats eindigde, behaalde de tweede plaats.

Na 12 jaar wachten is het weer zo ver: 12 februari 1929. Ondanks de strenge vorst was de kwaliteit van het ijs matig. Karst Leemburg, dan 39 jaar oud, bewijst dat leeftijd op lange afstand er minder toe doet en wint. Het verloop van de wedstrijd was toch sensationeel, de twee oorspronkelijke koplopers raakten hun behoorlijke voorsprong kwijt door een verkeerde route te kiezen. Karst Leemburg kon het snelheidsrecord niet verbeteren; hij benodigde van start tot finish: 11 uur en 9 minuten. Datzelfde jaar, op 28 februari, wordt er nog een Elfstedentocht verreden. Deze tocht, op initiatief van drie caféhouders uit Leeuwarden, wordt ook wel de Tolhuister Elfstedentocht genoemd, naar het café van één van de initiatiefnemers. Deze tocht wordt gewonnen door Marten van der Kooij uit Hindeloopen. Deze tocht is tevens de tocht die het laatst in het jaar werd verreden, de officiële tocht van 1986 komt niet verder dan 26 februari.

Na een vroege vorstperiode, die al op 2 december inviel, is het na twee weken al zover: 16 december 1933. Weer binnen een kortere tijd, 9 uur en 5 minuten. Abe de Vries en Sipke Castelein spreken met elkaar af samen te finishen, maar omdat Abe de Vries de finishlijn niet ziet, wint Sipke Castelein alsnog. De Vereniging streek ditmaal over het hart en beiden staan ze als winnaars op het Elfstedentochtmonument in Leeuwarden vermeld. Ype Smid die een hele tijd aan kop had gereden moest het uiteindelijk toch met een derde plaats doen.

Op 30 januari 1940; strenge vorst en veel sneeuw op het ijs. Dat waren de ingrediënten voor een zware tocht die uiteindelijk vijf winnaars kent: A. Adema uit Franeker, D. v.d. Duim uit Warga, C. Jongert uit Maarssen, P. Keizer uit De Lier en S. Westra uit Warmenhuizen. Omdat de sneeuwhopen langs de route het inhalen een moeilijke en hachelijke zaak maken, spreken de vijf koplopers in een café in Dokkum af dat zij gezamenlijk zullen finishen. Dit ‘Pact van Dokkum’, zoals het later werd bestempeld, wordt ondanks een onverwachte sprint van Adema in ere gehouden en inderdaad kent dit jaar vijf winnaars, die de tocht reden in 11 uur en 30 minuten.

Nederland was bezet door de Duitsers. In heel Europa was het oorlog; de Tweede Wereldoorlog. Ook in 1941 kan de tocht worden uitgeschreven, met zoveel inschrijvingen dat de organisatoren de tel kwijtraakten. Op 22 januari van dit jaar wint Auke Adema hem alleen; onder goede weersomstandigheden met zacht ijs in 8 uur en 44 minuten; een nieuw snelheidsrecord. Het is windstil en het ijs is hard en glad op 22 januari 1942. Dit jaar wordt opnieuw het Elfstedentochtrecord gebroken, in 8 uur en 44 minuten rijdt Sietse de Groot de tocht uit. Zonder te beseffen dat de complete kopgroep verkeerd heeft gereden en dus hun kansen verloor. Met slechts een paar seconden voorsprong op Dirk de Jong wint toch Sietse de Groot de tocht. Ondanks het mooie weer kost deze tocht aan drie mannen het leven, zij lopen een tetanusinfectie op aan hun bevroren tenen. De Duitse bezetter houd zich overigens netjes afzijdig van deze typische Hollandse traditie.

Elstedentocht.4Op veel plaatsen is het ijs heel slecht en bovendien staat er een straffe wind maar op 8 februari 1947 is het weer zover. Deze tocht vormt een zwarte bladzijde in het Elfstedentochtboek. Uit een onderzoek dat de Vereniging instelde na klachten die waren binnengekomen, blijkt namelijk dat een aantal schaatsers zich aan overtredingen schuldig heeft gemaakt . Het gaat daarbij bijvoorbeeld om ‘opleggen’. Juist in de sterke wind van dit jaar maakt het veel uit als een frisse schaatser een stuk voor je schaatst om je zo uit de wind te laten rijden. Het blijkt zelfs dat een aantal deelnemers zich met de auto heeft laten vervoeren! Uiteindelijk wordt Jan van der Hoorn uit Ter Aar, die oorspronkelijk als vijfde over de finishlijn reed, tot winnaar uitgeroepen na een tocht van 10 uur en 36 minuten.

Onder deze perfecte omstandigheden wordt op 3 februari 1954 een tijd gereden die 31 jaar lang niet verbroken zal worden, 7 uur en 35 minuten. De eindsprint is chaotisch en spannend, omdat op het laatste stuk over de Noorderbrug gekluund moet worden. De vijf kanshebbers, Jeen van den Berg, Jan Charisius, Aad de Koning, Anton Verhoeven en Jeen Nauta sprinten over de laag stro naar het laatste stuk ijs. Daar valt Jan Charisius, en gaan Jeen van den Berg en Verhoeven de sprint aan. In de chaos denken zij het finishbord te passeren. Helaas vermeldde dat bord ‘FINISH’, met daaronder in kleine letters: ‘over 500 meter’. Jeen van den Berg passeert uiteindelijk als eerste de eindstreep op perfect ijs en met lichte vorst.

Ondanks een recordopkomst van tour- en wedstrijdrijders, wordt de tocht op 14 februari 1956 overschaduwd door een anti-climax. De kopgroep besluit al bij Vrouwbuurtstermolen dat zij samen gaan finishen. Het bestuur is echter onverbiddelijk, zij hebben er geen wedstrijd van gemaakt en komen dan ook niet in aanmerking voor een prijs! De eerste vijf prijzen, J. Nauta uit Wartena, J. van der Hoorn uit Ter Aar, A. de Koning uit Purmerend, M. Wijnhout uit Lisserbroek en A. Verhoeven uit Dussen, worden ingehouden, de als zesde binnengekomen Jeen van den Berg houdt dus ook gewoon zijn zesde plaats. Op de wedstrijddag vroor het hard en het ijs was ontzettend hobbelig. In 8 uur en 46 minuten volbrachten de vijf eersten de tocht.

De tocht op 18 januari 1963 bij strenge vorst en met veel scheuren in het ijs was uniek in vele opzichten. Hij ging de geschiedenis in als de meest barre van alle tochten. Bovendien hadden radio en televisie de Elfstedentocht ontdekt, zodat een veel groter publiek het spektakel kon meemaken. Maar ook doordat er tot 1985 geen tocht meer volgde, werd deze tocht een ware legende. Van de ruim 9000 toerrijders haalden er slechts 69 de eindstreep. Reinier Paping legde de laatste 100 kilometer alleen aan kop af, het duurde dan ook ruim 20 minuten na zijn zege voor de tweede rijder over de streep kwam. Reinier Paping kwam over de finish na 10 uur en 59 minuten.

Friesland en Nederland heeft er meer dan 22 jaar op moeten wachten maar eindelijk was het dan zover op 21 februari 1985. In het eerste jaar van de nieuwe voorzitter, ir. Jan Sipkema lijkt het of het lot ermee speelt. Had zijn voorganger, drs. Jan Kuperus, nog nooit een tocht meegemaakt, in 1985 is het toch zover. Het is een circus geworden, met vaak nog meer vertier naast het ijs dan erop. Langs de route zie je dan ook dweilorkesten, spandoeken en massa’s mensen. Op het ijs heeft de lichtgewicht Evert van Benthem voordeel op het wat zachte ijs door de invallende dooi en na een spannende 200 meter eindsprint wordt meteen een nieuw record gevestigd: 6 uur en 47 minuten. Voor het eerst werd de Elfstedentocht in zijn geheel rechtstreeks uitgezonden door de NOS-televisie en de beelden gaan via de Eurovisie de hele wereld over.

Iets meer dan een jaar later op 26 februari 1986 is het weer zover, nu rijdt Evert van Benthem al snel aan kop en behaalt weer de zege; nu in 6 uur en 55 minuten. Bijna net zoveel aandacht krijgt de Nederlandse kroonprins, Willem Alexander, die zich onder de naam W.A. van Buren had ingeschreven voor de toertocht. Tot aan het eind aan toe blijft hij vrijwel onopgemerkt, maar wanneer zijn trotse ouders hem bij de finish opwachten is er niemand meer die niet weet dat niemand minder dan de toekomstig koning van Nederland de Tocht der Tochten, die onder prima weers- omstandigheden werd gereden op redelijk tot goed ijs, tot een goed eind heeft gebracht. Wederom weer rechtstreeks op televisie bij de NOS; en wederom kijken mensen over de hele wereld mee.

Elstedentocht.3Na meer dan 10 jaar is het op 4 januari 1997 weer zover. Ondanks de vele winden andere wakken, die het ijs ondanks ‘ijstransplantaties’ onbetrouwbaar doen blijven, besluit Elfstedenvoorzitter Henk Kroes: ‘It giet oan’. De kopploeg van zes mannen schaatst tot het eind toe stevig door. Af en toe probeert iemand weg te komen, maar er wordt dan al snel weer aangesloten. Na een spannende eindsprint mag Henk Angenent uit Alphen aan de Rijn als eerste de lijn passeren in 6 uur en 49 minuten. Dan volgt er nog een grote teleurstelling voor Piet Kleine, die als vijfde eindigt. Hij heeft in Hindeloopen een stempelpost gemist, verblind door de cameralampen. Voor hem betekent dat diskwalificatie. Ook Henk Angenent kan het bestuur niet tot clementie brengen, regels zijn regels. Een koude oosten wind kenmerkte deze Elfstedentocht, die in zijn geheel wederom rechtstreeks door de NOS-televisie werd uitgezonden in Nederland en via Eurovisie wederom in vele andere landen. In 2009 was het 100 jaar geleden dat de eerste officieel georganiseerde Elfstedentocht werd gereden. Uit historische bronnen blijkt dat het meer dan eens gebeurd is dat liefhebbers op een winterdag langs de Elf Friesche Steden schaatsten, onder meer in 1809, 1848, 1868, 1890 en 1891 maar dat waren geen erkende Elfstedentochten georganiseerd door  de Vereniging ‘De Friesche Elf Steden’.

Wordt vervolgd. Wanneer. Dat is onvoorspelbaar.