Czesław Oberdak | Fusillade Woeste Hoeve op 8 maart 1945

Czesław Oberdak | zie foto links | werd geboren op 20 juni 1921 in het Poolse Krakau geboren. Hij had een ouder zusje Ludmila en een jonger broertje Roman. Zijn jeugddroom was om piloot te worden. In 1939 ging hij naar de Luchtmachtschool in Poznań.

Op 1 september 1939 vielen de Duitsers Polen binnen en verliet Czesław Oberdak zijn land om zich via Roemenië, Joegoslavië en Italië aan te sluiten bij de Poolse luchtmacht in het Franse Lyon. Met de luchtmacht werd hij in juni 1940 geëvacueerd. Tussen maart 1941 en december 1943 volgde hij verschillende opleidingen binnen de Royal Air Frce in Cosford en die rondde hij in juni 1943 een officiersopleiding af. In december 1943 werd ingedeeld bij 306 Squadron van de Poolse luchtmacht. Zijn basis was aanvankelijk Heston maar werd later later Coolham in Sussex. Op 5 mei 1944 werd hij benoemd tot Flying Officer.

Czesław Oberdak vloog 25 missies en zijn 26-ste is helaas zijn laatste missie geworden op 30 mei 1944. Hij begeleide Amerikaanse B-17 bommenwerpers tijdens hun missie naar de vliegtuigfabrieken van Junkers in het Duitse Halberstadt. Op de terugweg kreeg zijn Amerikaanse P-51 Mustang MKIII nabij de Duits/Nederlandse grens een technisch probleem en moest hij rond de middaguren tussen Ommen en Dalfsen in de buurtschap Dalmsholte een noodlanding maken. Dat overleefde hij, waarna hij zijn vliegtuig in brand stak en zich in de bossen verstopte.

Het verzet bracht hem naar Ommen, waar hij kennis maakte met drie geallieerde piloten, die daar ondergedoken zaten. Met Franklin Coslett, een Amerikaan, trok hij later naar Dalfsen. Vandaar bracht het verzet hen met naar een schip voor onderduikers bij Hasselt in Overijssel en een goede week later per trein naar Harderwijk. Daar zat hij eerst op een eendenboerderij in Hierden en later boven een bakkerij in Harderwijk zelf.

Begin september 1944 bracht het verzet hem en Franklin Coslett opnieuw per trein naar Amsterdam. Daar verbleef Czesław Oberdak op verschillende adressen. Zijn laatste verblijfplaats had hij aan de Michelangelostraat 36.

Op 6 december 1944 fietsten Czesław Oberdak en Franklin Coslett | Czesław Oberdak en Franklin Coslett – zie foto links | met enkele andere onderduikers naar Beekbergen, in de hoop bevrijd gebied te bereiken. In Hoenderloo werden ze echter op 24 december 1944 door Duitsers gearresteerd.

De twee mannen werden naar de politiepost in Otterlo gebracht en vervolgens aan de Sicherheitspolizei overgedragen. Als terrorist werd hij in Velp ter dood veroordeeld, hoewel hij militair was en als krijgsgevangene behandeld moest worden. Czesław Oberdak en Franklin Coslett werden gevangengezet in De Kruisberg in Doetinchem.

De Kruisberg werd in 1944 door de Sicherheitsdienst gevorderd. In de gevangenis zaten alleen gevangenen die al veroordeeld waren. De meeste gevangenen waren Toteskandidat. Als gevangenis heeft De Kruisweg deze functie gehad van 9 februari 1866 tot 18 april 2014.

Als represaille op de aanslag op Hanns Rauter | zie foto links | op 6 maart 1945 werden honderden gevangenen uit gevangenissen opgehaald en op verschillende locaties terechtgesteld. Uit De Kruisberg werden de 23-jarige Czesław Oberdak en 24 andere gevangenen opgehaald en naar Woeste Hoeve gebracht. Czesław Oberdak werd ter plaatste met 116 anderen gefusilleerd. De overige slachtoffers kwamen uit gevangenissen in Zwolle, Deventer, Apeldoorn, Assen en Almelo. De slachtoffers werden in een massagraf begraven op de gemeentelijke begraafplaats Heidehof in Ugchelen. Toen de oorlog afgelopen was, werd het massagraf geopend. Van 115 slachtoffers kon de identiteit worden vastgesteld, maar niet van Czesław Oberdak . Hij werd in 1982 als Onbekende Nederlander herbegraven op de Erebegraafplaats Loenen.

Na de oorlog werd Hanns Rauter gearresteerd. Op 3 mei 1948 werd hij door het Bijzonder Gerechtshof ter dood veroordeeld. Dit werd op 12 januari 1949 in hoger beroep bevestigd. Op 25 maart 1949 kreeg de Zeeuwse verzetsstrijder Christiaan Wisse de opdracht om Hanns Rauter, op erewoord ongeboeid, van de Strafgevangenis te Scheveningen naar de plaats van de executie te begeleiden.

Het vonnis van deze toen 54-jarige moordenaar van onder meer Czesław Oberdak werd om half zeven in de vroege morgen voltrokken. Het bevel ‘vuur’ werd door Hanns Rauter zelf gegeven, die daarmee de commandant van het vuurpeleton voor was. De plaats waar zijn lichaam ligt begraven is staatsgeheim.

In 1991 kreeg journalist Richard Schuurman een brief van de zuster van Czesław Oberdak Ludmila Kaczmarska met het verzoek te helpen zoeken. Pas een jaar eerder had zij in een boek gelezen dat haar broer mogelijk nabij Zwolle een noodlanding had gemaakt. De journalist kreeg de eerste vermoedens dat Czesław Oberdak mogelijk de onbekende Nederlander in Loenen kon zijn. In 1995 werd het graf geopend voor onderzoek door de Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht, maar identificatie bleek niet mogelijk. Na een Pools rechtshulpverzoek in 2005 werd het onderzoek in 2007 opgepakt door het Korps Landelijke Politiediensten.

Op 13 februari 2008 werden de stoffelijke resten opnieuw opgegraven. Zijn DNA werd vergeleken met de DNA van zijn zuster Ludmila Kaczmarska en leidde op 7 november 2008 tot zijn identificatie; 64 jaar na zijn dood.

Czesław Oberdak heeft van 1 september 1939 tot en met 10 december 2009 een lange reis gemaakt door Europa. In de Tweede Wereldoorlog vocht hij voor een vrije wereld. Czesław Oberdak betaalde daarvoor de hoogste prijs. En werd op 10 december 2009 in Polen met militaire eer herbegraven. Hij vond zijn laatste rustplaats in het familiegraf in Krakau. Zijn oudere zus Ludmila Kaczmarska woonde de begrafenis van Czesław Oberdak bij. Als aandenken aan haar broer kreeg zijn zus zijn horloge, dat in zijn vorige graf was aangetroffen.

Welkom bij het Holland Magazine