25 juni 1988 | Nederland Europees Kampioen Voetbal

Het achtste Europees kampioenschap voetbal werd tussen 10 juni en 25 juni 1988 gespeeld in West-Duitsland en werd georganiseerd door de overkoepelende voetbalbond UEFA. De deelnemende landen waren: Denemarken, Italië, Spanje, West-Duitsland, Engeland, Ierland, Nederland en de Sovjet-Unie

Dit Europees kampioenschap kende voor een groot toernooi enkele opmerkelijke en zeldzame statistieken. Zo werd er gedurende het toernooi geen enkele speler van het veld gestuurd. Was er voor geen enkele wedstrijd in de knock-outfase een verlenging of een strafschoppenserie nodig. En werd er in elke wedstrijd minimaal één keer gescoord.

Nederland plaatste zich voor de eerste keer sinds 1980 voor een groot internationaal toernooi. Er werd vooral veel verwacht van Ruud Gullit, die een uitstekend seizoen bij AC Milan achter de rug had. Het zorgenkind van het team was Marco van Basten, die bij hetzelfde AC Milan nauwelijks gespeeld had en bij Oranje inmiddels voorbij was gestreefd door zijn voormalige teamgenoot John Bosman. In de oefenwedstrijd tegen Roemenië werd van Marco van Basten nog getest als vleugelspits, maar dat werd geen succes. Zijn voormalige coach bij Ajax Johan Cruijff adviseerde hem het trainingskamp te verlaten, maar van Marco van Basten besloot toch te blijven om in ieder geval goed te trainen en wedstrijdfit te zijn voor het nieuwe seizoen. PSV was een maand eerder Europees kampioen geworden en vier spelers waren basisspelers in het Nederlands Elftal, waarvan het meeste werd verwacht van de offensieve libero Ronald Koeman. Frank Rijkaard had een turbulent seizoen achter de rug, hij vertrok na ruzie met Johan Cruijff bij Ajax, werd gekocht door Sporting Lissabon, maar speelde het seizoen bij Real Zaragoza, omdat de transfermarkt al gesloten was.

Ook van de Sovjet-Unie werd veel verwacht, het elftal liet op het WK fantastisch voetbal zien, maar verloor in de finale. De kern van de ploeg bestond uit liefst negen spelers van het Oekraïense Dinamo Kiev met balvaardige spelers als Igor Belanov en Aleksandr Zavarov. Technisch brein achter het team was dezelfde trainer van Dinamo Kiev Valeri Lobanovsky, die met een uitgekiend systeem de tegen- stander kon overrompelen. Een nadeel was, dat bij onverwachte tegenslagen het team niet meer kon functioneren.

Met name de Britse pers verwachtte veel van Engeland, volgens de pers was het het beste team sinds 1966, toen Engeland wereldkampioen werd. Gary Lineker beleefde een moeizaam seizoen bij FC Barcelona, maar was in het nationale team nog steeds een garantie voor doelpunten. Een nadeel was wel, dat veel spelers geen Europese wedstrijden meer speelden, sinds Engelse clubs uitgesloten waren dankzij het Heizeldrama. Dat Ierland zich plaatste voor een groot toernooi was een grote verrassing, het was de eerste keer, dat het team zich plaatste voor een groot toernooi. Onder leiding van de Engelsman Jack Charlton keek men vooral uit naar het treffen met aartsvijand Engeland. De verwachting was, dat Nederland, Sovjet-Unie en Engeland zouden strijden om twee plaatsen en Ierland geen rol van betekenis zou spelen. Het verhaal van Nederland.

12 juni 1988 | Nederland tegen de Sovjet Unie in het Müngersdorfer Stadion in Keulen

Nederland had in de eerste helft het beste van het spel tegen een opvallend defensief Sovjet-Unie. In het begin van de tweede helft gaf de Sovjet-Unie even gas, doelman Hans van Breukelen redde eerst op een kans van de vrijstaande Ihor Bilanov, maar was later kansloos op een verwoestend schot van Vasili Rats.

Daarna overheerste Nederland weer, maar doelman Rinat Dasajev was in topvorm. Hij redde op schoten van Ronald Koeman en Jan Wouters en Nederland had pech, dat de bal via Ruud Gullit en de rug van een Russische verdediger op de lat uiteenspatte. Ook het inbrengen van Marco van Basten leverde niet de gelijkmaker op. De nederlaag was onverdiend, maar het is was ook duidelijk, dat de aanval en met name John Bosman en John van ’t Schip te weinig bracht. Bovendien maakte Ruud Gullit na zijn eerste topseizoen bij AC Milan een vermoeide indruk. Uitslag: 0-1

15 juni 1988 | Nederland tegen Engeland in het Rheinstadion in Düsseldorf

Voor zowel Engeland als Nederland was het een cruciaal duel, Beide ploegen moesten winnen om nog een kans te maken op de halve finale. Beide coaches hadden hun maatregelen genomen. Bij Engeland stond Glenn Hoddle in de basis, bij Nederland Marco van Basten en Erwin Koeman. In de eerste helft was Gary Linker weer niet trefzeker, vrij voor de doelman schoot hij op de paal en Glenn Hoddle schoot uit een vrije trap ook op de paal. Vlak voor rust maakte Marco van Basten het eerste doelpunt, hij draaide makkelijk om Tony Adams heen en schoot raak. In de tweede helft had Engeland aanvankelijk het beste van het spel en Bryan Robson scoorde de gelijkmaker. Nederland wankelde, maar coach Rinus Michels besloot op de aanval te spelen en bracht Wim Kieft in. Marco van Basten profiteerde van de extra ondersteuning en maakte twee doelpunten. Door de nederlaag was Engeland uitgeschakeld en had Marco van Basten zijn basisplaats definitief heroverd. Opvallend was, dat Ruud Gullit volledig in dienst speelde van Marco van Basten. Hij wist, dat hij niet in vorm was, maar speelde in dienst van het elftal en was wel waardevol, hij leverde twee voorzetten aan Marco van Basten. Uitslag: 3-1

18 juni 1988 | Nederland tegen Ierland in het Parkstadion in Gelsenkirchen

Nederland moest van Ierland winnen om de halve finale te halen. De eerste kans was vroeg in de wedstrijd, Paul McGrath kopte snoeihard op de paal, waarna Gerald Vanenburg de bal ternauwernood kon wegwerken. Daarna was het eenrichtingsverkeer richting het Ierse doel, maar veel kansen kon Nederland niet creëren, Pat Bonner werd alleen serieus getest door afstandsschoten van Jan Wouters. Er moest iets gebeuren en Michels bracht Wim Kieft in. In de 82-ste minuut belandde een mislukt schot van Ronald Koeman per ongeluk op de hoofd van Wim Kieft, die in het doel belandde. Bovendien stond van Marco van Basten niet hinderlijk buitenspel zodat het doelpunt werd goedgekeurd. Nederland kon zich opmaken voor de halve finale tegen aartsvijand West-Duitsland. Uitslag: 1-0

21 juni 1988 | Nederland tegen West-Duitsland in het Volksparkstadion in Hamburg

Het Nederlands elftal stond in de halve finale tegenover dat van West-Duitsland, waar veertien jaar eerder in de finale van het wereldkampioenschap nog met 2-1 van was verloren. Omdat Oranje destijds door velen als de betere ploeg werd beschouwd, was de verloren wedstrijd in 1974 voor een groot aantal Nederlanders reden voor wat een ‘nationaal trauma’ werd genoemd.

Doelman Hans van Breukelen zou later in een interview aangeven dat dit een van zijn motivaties was niet te verliezen; hij vermoedde dat andere spelers dezelfde gevoelens hadden. Voor de wedstrijd was er genoeg ‘koude oorlog’ tussen beiden, het Nederlands elftal was gehuisvest in een veel te lawaaierig hotel en coach Franz Beckenbauer gaf in de opstelling aan, dat Pierre Littbarski was opgesteld, maar stelde doodleuk Frank Mill op. Het Nederlands elftal liet zich niet van de wijs brengen.

In de eerste helft waren er kansen voor beide kanten, maar Nederland leek sterker. Opvallend was, dat de Nederlandse aanvallers hun tegenstanders vaak de baas waren, Marco van Basten vocht verbeten duels uit met Jürgen Kohler, maar was de sterke verdediger vaak te snel af en Ruud Gullit overklaste Uli Borowka keer op keer. Bovendien dook middenvelder Erwin Koeman een aantal malen verrassend in de spits op. Tegen de verhouding in kwam West-Duitsland echter na 55 minuten op voorsprong. Een charge van Frank Rijkaard met borst en bovenbeen op Jürgen Klinsmann werd gezien als een overtreding en de Roemeense scheidsrechter Ioan Igna gaf een strafschop. Lothar Matthäus benutte deze, hoewel Hans van Breukelen naar de juiste hoek dook en de bal nog wist te raken.

In die periode kon het mis gaan met Nederland, dat van de kook raakte en geluk had, dat de scheidsrechter niet in de provocaties van Rudi Völler tegen Ronald Koeman en Berry van Aerle trapte. In een snelle tegenaanval via Lothar Matthäus en Jürgen Klinsmann kwam Nederland goed weg, waarbij Adri van Tiggelen Lothar Matthäus genadeloos onderuit schoffelde. Nederland ging weer voetballen en ook Nederland kreeg een strafschop toebedeeld, nadat Marco van Basten op de grond belandde na een sliding naar de bal van verdediger Jürgen Kohler. Ronald Koeman schoot vervolgens de gelijkmaker binnen. Beide strafschoppen zouden later door voetbalanalytici als onterecht worden beoordeeld. Scheidsrechter Ioan Igna gaf toe, dat hij eigenlijk te geblesseerd aan de wedstrijd begon en daardoor de strafschoppen niet goed kon overzien. Uitslag: 2-1

Twee minuten voor het eindsignaal, met een stand die op dat moment een verlenging zou betekenen, bereikte een pass van Jan Wouters Marco van Basten en al vallend passeerde hij in de lange hoek doelman Eike Immel, waardoor Nederland zich plaatste. In het feest op het veld dat na de wedstrijd volgde zorgde Ronald Koeman voor enige controverse door een shirt van Olaf Thon langs zijn achterwerk te halen, als zou hij er zijn billen mee afvegen. Heel Nederland vierde de hele nacht door en Rinus Michels zou later verklaren, dat de echte finale de halve finale was. Franz Beckenbauer toonde zich een sportieve verliezer door het Nederlands Elftal te feliciteren in de bus, het Nederlandse volk had vooral lol om de voorpagina van de Bild Zeitung, waar men vooral jammerde over de ‘Falschen Elfmeter’.

25 juni 1988 | Nederland in de finale tegen Sovjet Unie in het Olympiastadion in München

In het begin was de Sovjet-Unie de baas op het veld en moest Hans van Breukelen ingrijpen op een inzet van Igor Belanov. Een sterke actie van Ruud Gullit brak de wedstrijd op, eerst werd hij gevloerd en de daaropvolgende vrije trap van dezelfde Ruud Gullit werd tot hoekschop verwerkt door Rinat Dasajev. Uit deze hoekschop scoorde Ruud Gullit ongedekt het openingsdoelpunt na door koppen van Marco van Basten. Na tien minuten in de tweede helft volgde nog een doelpunt voor Oranje; Adri van Tiggelen speelde de bal vanaf het midden naar de linkerzijde richting Arnold Mühren, die het leer vervolgens diagonaal naar Marca van Basten speelde. Marco van Basten trapte de bal in één keer – uit een schier onmogelijke hoek – over doelman Rinat Dasajev in het doel. De 2-0 stand bleef behouden tot het eind van de wedstrijd, hoewel een aan de Sovjet-Unie toegekende strafschop na een overtreding van doelman Hans van Breukelen bijna voor de aansluitingstreffer zorgde. Het schot van Igor Belanov werd echter door de Utrechtse doelman gestopt. Legendarisch was het vingertje, dat Hans van Breukelen toonde aan Igor Belanov onder het motto: ik weet wat je doet. Uitslag: 2-0

Hans van Breukelen gaf later de credits aan zijn oude coach Jan Reker, die in een boekje alle strafschoppen opschreef. Daarvoor schoot Igor Belanov ook nog op de paal, in totaliteit het vierde schot op de paal tegen Oranje dat toernooi. Daarna kwam Nederland niet meer in gevaar en haalde het land zijn eerste en voorlopig laatste hoofdprijs. Een dag later werden de spelers als helden ontvangen in het land, vooral het rondje in de grachten van Amsterdam ging de geschiedenisboeken in als een hoogtepunt.

Welkom bij het Holland Magazine